Twee maanden zijn voorbij gegaan sinds we op Schiphol weer op Nederlandse bodem stapte. Er zijn sinds mijn eerste blog op deze site bijna twee jaar voorbijgegaan. En dus maak ik de cirkel graag compleet met een blogpost over hoe het is om na 1,5 jaar weer terug te zijn in Nederland.
In de maanden die vooraf gingen aan onze terugkomst in Nederland dacht ik na over onze thuiskomst. Ik stelde me voor dat ik alles in Nederland gek zou vinden, dat Nederlands praten me lastig af zou gaan en dat ik niet zou kunnen wennen aan gewoon weer thuis zijn. Daarnaast was ik ook huiverig voor de periode die na de thuiskomst kwam, namelijk het zoeken naar een baan en het zorgen dat ons leven in Nederland weer een beetje op de rit zou komen.
Gek genoeg was de situatie bij aankomst in Nederland heel anders. Het voelde bijna direct alweer als gewoon om in Nederland te zijn. Het was even gek om weer thuis te zijn: je kijkt naar een nieuwe bank en ziet dat er nieuwe foto’s aan de muur hangen, maar daarna was het eigenlijk ook wel weer gewoon. Iedereen vroeg die eerste twee weken: ‘hoe is het om terug te zijn?’ En mijn eerlijke antwoord was: ‘heel gewoon.’ Het voelde bijna alsof we een week of vijf weg waren geweest in plaats van twintig maanden. Het was fijn om iedereen weer te zien en echt vast te kunnen houden, maar gek genoeg ben je na tien minuten weer helemaal aan elkaar gewend en is het alsof de ander nooit zoveel kilometers van je vandaan is geweest.
Ook het gedeelte van een baan zoeken ging ons een stuk makkelijker af dan ik had verwacht. Een maand na terugkomst hadden we beide een baan gevonden. Danny kon direct aan de gang en ik start in januari met een nieuwe baan. Opeens was het reizende leven echt over en zaten we weer kniediep in de normale gang van zaken. Niet dat het soms niet spannend was in onze zoektocht naar een baan. Het is lastig wanneer je in een onzekere periode zit en niet weet wanneer die ophoud. Maar achteraf gezien heeft die periode dus maar kort geduurd.
Pas na een maand begon het gevoel in te kicken dat we echt thuis waren en dat we hier voorlopig blijven. Dat we niet over een paar maanden weer onze spullen pakken om naar de volgende bestemming te trekken. In het nieuwe jaar gaan we echt een nieuwe realiteit opbouwen. Waarin we hopelijk een eigen woonruimte gaan vinden. Maar pas nu het echt achter ons ligt en we beide de zekerheid van een baan hebben, besef ik pas dat het reizen echt afgelopen is. Gek genoeg kwam het onwennige dus veel later.
Ook het besef dat ik niet altijd meer weet waar mijn hart nu echt ligt. Begrijp me niet verkeerd, ik wil op dit moment graag een bestaan in Nederland opbouwen en een paar jaar van zekerheid en ‘het gewone leven’ hebben. Maar het voelt minder vanzelfsprekend hier te zijn en hier te blijven. Ik denk vaak terug aan alle andere plekken die we de afgelopen twee jaar thuis hebben genoemd en voel daar soms net zo’n hang naar terug als ik bij Nederland had.
Ik ben blij om hier weer tijd door te kunnen brengen met familie en vrienden en vind het heerlijk om te weten dat ik niet weer weg ga en dus beter kan investeren in dingen en in relaties. Maar ik merk dat ik het nu alweer lastig vind om mee te draaien in de Nederlandse maatschappij waarin alles druk, druk druk is. Waarin mensen soms zo naar tegen elkaar kunnen doen en waar soms zo weinig geduld is.
Ik moet dus echt nog een beetje aarde in ons koude kikkerlandje. Waarschijnlijk gaat dat straks veel sneller als ik begonnen ben met werken en opeens weer in een ritme zit waarin het leven soms aan je voorbij draait. Maar stiekem denk ik nu alweer aan nieuwe plekken die ik kan ontdekken en hoe vet het zou zijn om bijvoorbeeld een jaar in Berlijn te wonen of een paar maanden in New York. Er zijn nog te veel mogelijkheden en de wereld is te groot om nu voor altijd in Nederland te blijven.