Twintig maanden geleden vertrokken we naar de andere kant van de wereld en hoewel het moment dat we in het vliegtuig stapte lang geleden lijkt voelt het toch alsof we plotseling aan de andere kant van dit avontuur zijn beland. Opeens zijn we weer op weg naar huis.
Toen we op het vliegtuig stapte om naar Australië te gaan, voelde ik me enigszins verloren in het leven. Ik wist dat ik nog geen behoefte had aan een ‘grote mensenleven’ met een fulltime baan, een huis en twee vakanties per jaar. Voor mijn gevoel had ik altijd het gebaande pad in het leven gekozen en ik wilde eens iets anders, ik wilde kijken wat er nog meer te beleven was in de wereld. Maar ik was ook bang voor alle moeilijkheden die een ‘grote mensenleven’ met zich mee brengt. Ik was bang voor de veranderingen, voor de mogelijke afwijzingen in het zoeken naar een baan en voor de onzekerheid. Ik voelde me nog niet klaar voor dat leven.
Ik voelde me eigenlijk heel erg zoals Dorothy in de musical The Wiz. Bang om een keuze of stap te maken en daardoor verdwaalde ik in Oz (of Australië in mijn geval). Ik moet zeggen: ik vind het nog steeds eng dat ‘grote mensenleven’, ik ben nog steeds bang nooit een baan te vinden en om echte vaste dingen aan te gaan. Maar ik weet nu wel dat ik het kan, dat je soms de gok moet wagen en dat alles binnen een maand weer kan draaien.
Ben ik een ander mens na deze reis over de wereld? Ik bijt nog steeds mijn nagels, maak me nog steeds veel te druk over wat andere van mij denken, heb nog steeds sterkte principes met een matige uitvoering, denk vaak nog te veel in doemsenario’s, ik ben nog steeds de eeuwige twijfelaar en ik heb nog steeds geen idee wat ik wil in het leven. Maar toch voel ik me soms een ander mens. Omdat ik op mezelf vertrouw, zoveel meer dan ik hiervoor deed. Ik weet nu dat dingen altijd goed komen en als ze niet goed komen is daar een reden voor en dan is het ook goed. Ik durf nu soms zelfs gewoon de gok te wagen en ergens voor te gaan zonder eerst alles af te wegen tegen elkaar. En ik weet zoveel beter wie ik ben en wat ik te bieden heb.
Dit had ik misschien ook allemaal wel geleerd als ik in Nederland was gebleven. Misschien was het dan zelfs eerder tot me doorgedrongen, dat weet ik niet. Maar dit waanzinnige avontuur heeft me ook inzichten in de wereld en in mijn relatie die ik daarvoor niet had en die ik anders misschien nooit had opgedaan.
Ik heb genoten van elke minuut van deze gekke reis. Van de eerste onwennige week in Sydney tot een oververhitte motor in de Outback. Van huilend afscheid nemen van Danny omdat ik bij Wendy’s ging werken tot samenwonen in het piep kleine Twizel. Van de gekmakende hitte van Darwin tot de ijzige nachten in Nieuw Zeeland. Van het weerzien van Ilse in Bali tot het bezoek van Thijs in Sydney. Van het toeristische Fiji tot de lege Outback. Van het gekke Las Vegas tot de nog gekkere Smokey Mountains. Van kangoeroes in Australië, apen in Bali, zeehonden in Nieuw Zeeland, beren in Amerika en leeuwen in Zuid Afrika.
Het was zeker niet altijd lang leven de lol, we hebben stress gehad en momenten gehad dat we naar huis wilde gaan. Maar aan het eind van dit avontuur zie ik vooral de mooie reis die achter ons ligt. De kans dat we nog een keer zo’n reis gaan maken is klein en ik ben, nu ik eenmaal aan de andere kant van dit avontuur sta, vooral heel dankbaar dat we dit konden en mochten meemaken. We hebben tijdens deze reis zeven landen bezocht, vier continenten bezocht (waarvan voor mij twee nieuwe), honderd tijdzones doorkruist (ongeveer dan) en eindeloos veel kilometers gereden aan zowel de linker als de rechter kant van de weg.
En nu zijn we bijna thuis. Ik zou liegen als ik zou zeggen dat ik niet een beetje verdrietig ben dat dit avontuur ten einde is. Er ligt een enorm zwart gat voor ons en ik weet echt nog niet hoe we dat gaan invullen. Maar het is ook goed voor ons. Het is mooi geweest. We zijn al bijna twee jaar van huis en het is tijd om weer terug te keren in het echte leven. Waarin we niet binnen een paar maanden nieuw werk hoeven te zoeken of weg moeten uit ons huis.
Het wordt tijd dat we een echt thuis gaan vinden. Het woord kreeg de afgelopen twintig maanden verschillende betekenissen. Sydney was thuis, Harry was thuis, Nederland was thuis, Twizel was thuis, elk motel in Amerika was thuis, menig hotel was thuis. Maar het wordt tijd voor een echt thuis, ergens in het koude Nederland. Waar de mensen je misschien niet begroeten met ‘mate’ of vragen hoe het aan je gaat. Waar je moet fietsen door de regen en de hoogste berg meer een heuvel is. Daar ergens ligt ons thuis. Verankerd in de mentaliteit, in de nuchterheid, de directheid, in het feit dat onze familie er woont en dat onze vrienden vlakbij zijn. We gaan naar huis.