In de eerste drie weken van onze trip hebben we behoorlijk veel steden bezocht. Daarom was het tijd om ons weer terug te trekken in de natuur en wel in de bergen van de Smoky Mountains. Het zou Amerika niet zijn zonder toeristische shops en dinershows, maar gelukkig was er ook nog genoeg natuur te vinden.
De Smoky Moutains liggen op de grens tussen de staten Tennessee en North Carolina en het is een van de bekendste natuurparken van Amerika. Het is heel toegankelijk met de auto en daardoor een populaire vakantiebestemming voor Amerikanen die aan de oostkust wonen. En doordat het zo populair is vind je in de twee stadjes die voor het park liggen een hele stroom aan toeristen en toeristische attracties. Toen we de stad Pigeon Forst binnenreden waande we ons bijna in een goedkope versie van Las Vegas. Overal zagen we grote thema hotels en tientallen reclames voor dinershows. Het was een beetje een anticlimax want wij hadden ons verheugd op een paar rustige dagen in de natuur, maar niets was minder waar.
Ook het stadje dat aan het begin van het national park ligt, Gatlinburg, is volledig ingericht op toeristen en de hoofdstraat doet een beetje denken aan de Efteling. We hebben de straat een aantal keer op en neer gelopen en kwamen erachter dat er extreem veel plekken waren waar je kon minigolfen. Ik weet niet of dit iets is dat je moet doen in deze omgeving of dat het gewoon toeval is, maar we kwamen echt bizar veel thema mini golfbanen tegen.
De volgende dag was het tijd om daadwerkelijk de Smoky Mountains te gaan verkennen. Onze eerste stop was Cades Coves. Dit is een ‘loop-route’ die je met de auto langs verschillende mooie plekken brengt. Lekker Amerikaans zodat ze niet te veel hoeven lopen en toch mooie dingen kunnen zien. De weg brengt je vooral langs veel mooie uitkijkpunten en oude gebouwen. Die gebouwen zijn in 80% van de gevallen oude kerken en we zijn dus ook niet bij elke kerk gestopt. Er was ook een oude molen met daarbij een oud woonhuis.
De Smoky Mountains staan bekend als een goede plek om beren te spotten en dat was precies wat wij hoopte te doen. Het eerste gedeelte van Cades Coves hadden we nog niks gezien, maar aan het einde van de route kwam er opeens een moeder beer uit de struiken gelopen met achter haar drie kleine baby’s. Het was heel bijzonder om deze dieren in het echt te zien en ze waren helemaal niet bang. Ze wandelde gewoon rustig langs de auto’s, staken de straat over en rende op hun gemak weg.
Na deze bijzondere ontmoeting was het tijd om te lunchen bij een mooi plekje langs de rivier. De Smoky Mountains is een enorm national park en het hele park ontdekken kost denk ik een goede week. Maar ook als je, net als wij, een paar plekken wil bezoeken ben je veel tijd kwijt aan het rijden van punt naar punt. En dus was het al drie uur ’s middags toen we aan kwamen bij de tweede plek van de dag Porters Creek trail. We hebben niet de hele wandeling gedaan, want dat duurde iets te lang. Maar we hebben een aantal kilometer langs de rivier gelopen en kwamen uiteindelijk uit bij een mooie brug waar we stopte om te genieten van de rust.
Want hoewel we ons in een groot natuurpark bevonden, was het bij Cades Coves erg druk en reed je in een lange slinger van auto’s door het park. Hier waren eindelijk minder mensen (we hebben maar vier andere mensen gezien) en voelde we ons echt even tot rust komen in de natuur. Na deze wandeling reden we naar Clingmans Dome Tower vanwaar je een mooi uitzicht hebt over het park en dat was perfect voor zonsondergang.
Dat viel een beetje in het water, letterlijk. De reden dat de Smoky Mountains zo heten komt door de mist die er eigenlijk altijd hangt en zeker bij de hogere pieken komt dit veel voor. De hele dag was het een mooie heldere dag geweest, maar boven op de berg miste het zo erg dat we niks van onze omgeving konden zien. We hebben toch de wandeling gemaakt, maar eenmaal op de toren zagen we precies niks. Het voelde een beetje als een dejavu want in Sydney hadden we dit ook al een keer met Thijs meegemaakt. Toen hadden we 2,5 uur in de trein gezeten voor de Blue Mountains en stonden uiteindelijk te kijken naar een dichte muur van mist.
Gelukkig werden we nog een beetje beloond op de terug weg want we kwamen langs een paar mooie uitzichtpunten waar de mist juist prachtige vergezichten creëerde. Daarna zijn we weer naar het stadje gereden waar we verbleven en op een van de vele toeristische pleinen was een bandje countrymuziek aan het luisteren en dat konden we natuurlijk niet missen.
De volgende dag hebben we nog een beetje door het stadje gelopen, maar erg veel was er niet meer te beleven. En dus vertrokken we naar Charlotte van waaruit we naar Miami zouden vliegen en daar zouden we eindelijk op onze cruiseboot stappen!