De blues stad New Orleans stond met stip bovenaan mijn lijstje met steden die ik in Amerika wilde bezoeken. We brachten twee dagen door in deze swingende stad en probeerde zoveel mogelijk dingen in ons bezoek te proppen.
De eerste stop in Lousiana was de stad Lafayette. We wilde deze stad niet per se bezoeken en stopte er vooral als tussenplaats naar New Orleans. Maar na wat googlewerk zagen we dat er een swamp in de buurt was dat de moeite waard was om te bezoeken. Lousiana staat bekend om zijn moerassen en zijn vochtige klimaat en daardoor vind je hier ook krokodillen. We kwamen net op tijd aan bij het bos, want de zon ging bijna onder.
De volgende dag was het echt tijd om naar New Orleans te rijden. Eerst reden we langs een aantal plantages waar vroeger suikerriet werd verbouwd. New Orleans heeft een hele belangrijke rol gespeeld in de slavernij en je vindt er nog overal sporen van terug. Onder andere in de talloze oude plantages die je rondom de stad vindt en waar de slaven in afschuwelijke omstandigheden leefde. We hebben geen plantage bezocht, maar dat zou ik de volgende keer graag willen doen.
Daarna reden we richting de stad, waar we als eerste French Quarter. Hier vindt je de karakteristieke gebouwen die New Orleans kenmerkt. Eerlijk is eerlijk, we hebben in downtown New Orleans vooral deze wijk verkend omdat er zoveel te zien was en omdat de wijk zo bruist van muziek en leven. Elke straathoek is mooi en er is zoveel in deze wijk te zien. Onder andere de beroemde uitgaansstraat Bourbon Street, waar het zelfs in de middag al druk is en overal vind je er live muziek.
New Orleans is beroemd vanwege de muziek en vooral blues muziek vind je er overal terug. Het lastige vond ik om te bepalen of we overal in Bourbon Street live muziek hoorde omdat dit echt in de cultuur zit van New Orleans of omdat ze weten dat de toeristen dit willen zien bij hun bezoek. Gelukkig vonden we ook op straat allerlei mensen die muziek speelde en dat voelde toch net een stukje authentieker dan de muziek in de barren.
De rest van de middag hebben we doorgebracht in het de andere straten van French Quarter. Je ziet overal de franse invloeden in deze wijk, niet alleen in de bouwstijl maar ook in de straatnamen. Ook buiten het French Quarter vind je de franse invloeden terug en als je oplet hoor en zie je dat Frans naast het Engels en Spaans redelijk vaak gesproken wordt.
De volgende dag zijn we naar het Garden District geweest. Dit is een hele rijke buurt waar je prachtige grote ‘southern houses’ vindt. Dit zijn de huizen die je altijd ziet in films en series als het gaat over het zuiden. In deze wijk vind je dat soort huizen maar dan wel in de XL variant. Er wonen blijkbaar ook acteurs en zangers, maar daar kwamen wij pas achter toen we een tourgroep tegen kwamen. Ook als je niet voor de sterren komt is deze buurt een aanrader
En als je het echt wil afmaken moet je ook het Lafayette Cementry No 1. bezoeken. Wij konden dat helaas niet omdat het gesloten was voor renovatie, maar het is gek genoeg een must see in New Orleans. Dit komt ten eerste omdat het een heel oude begraafplaats is, hij is opgericht in 1833 en je vind er vele familiegraven. Ten tweede komt het door de manier waarop ze hier mensen begraven. New Orleans is gebouwd op een moeras en dus staat het grondwater heel hoog. Als je een meter diep zou graven vult de kuil zich al voor de helft met water. De kisten en uiteindelijk ook de mensen erin gaan dan dus drijven. En dus worden mensen hier niet onder maar boven de grond begraven in hoge tombes. Van wat we konden zien door de poorten zag het er heel indrukwekkend uit en ik hoop dat we ooit nog terug gaan om het echt te bezoeken.
Daarna zijn we weer richting het French Quarter gereden omdat we New Orleans niet konden verlaten zonder een paar verse beignets te eten. Ik kende ze vooral van Oud en Nieuw en dan met appel erin, maar het is het bekendste gerecht (naast fried chicken) in New Orleans. We reden er speciaal voor naar Café Du Monde, want dat staat bekend als dé plek waar je beignets moet eten. We kregen een bordje met drie verse beignets en een berg poedersuiker. Eerlijk: het zijn eigenlijk gewoon platgeslagen oliebollen, maar dat maakte het niet minder lekker.
In de middag zijn we naar een moeras gereden om ook dat nog even mee te pikken. Je kunt in en rondom New Orleans veel krokodillen tours doen, maar die waren allemaal een beetje aan de prijzige kant en we hebben dit al ooit gedaan in Cairns. Maar gelukkig had Danny een mooie wandeltocht gevonden door een moeras en dit was ook erg leuk! Het was wel bloed verzengend heet en er zaten overal insecten, maar we hebben een bever gezien en Danny heeft zelfs een wild zwijn gespot. We hebben geen krokodillen gezien en ik geloof dat ik daar best blij om ben want anders waren we wel heel dichtbij deze dieren gekomen.
De volgende dag was het helaas al weer tijd om New Orleans en ook Louisiana te verlaten. Maar we blijven gelukkig wel in de muzikale gebieden want op de planning staan Memphis en daarna gaan we naar countrystad Nashville.