Al bijna twee jaar schrijf ik op dit plekje op het internet alles over onze reis. Binnenkort komt er na meer dan 550 dagen op reis zijn een einde aan dat bestaan en keren we terug naar Nederland. En dat besef vervult me niet alleen met blijheid, mijn gevoel wisselt de hele tijd tussen angst en opwinding.
Het ene moment heb ik ontzettend veel zin om terug te gaan naar Nederland. Om na twee jaar van reizen en elke paar maanden weer een plek verlaten eindelijk een vaste plek te hebben. Om eindelijk aan het echte leven te beginnen en een basis te bouwen in Nederland, samen met Danny. Een fulltime baan, waar je niet na een paar maanden alweer weg hoeft en een huis wat je echt kan vormen als iets van jezelf omdat je er langer dan een paar maanden gaat wonen.
Het andere moment zie ik er erg tegenop. Tegen het verliezen van onze vrijheid en stiekem ook wel tegen het ‘saaie’ Nederlandse landschap en het gewone leven. Maar ook tegen het weer hebben van verantwoordelijkheden naar andere. De afgelopen 1,5 jaar was ik gevrijwaard van alles. Ik zat immers in het buitenland en ook nog aan de andere kant van de wereld. Begrijp me niet verkeerd: ik heb er ook van gebaald, dat je niet bij vrienden bent op belangrijke momenten of dat je merkt dat je niet meer weet wat er nu speelt in iemands leven simpelweg omdat jij zo ver weg bent. Maar ik voel heel sterk dat mensen straks weer verwachtingen van mij gaan hebben, waar ik misschien niet meer aan wil of kan voldoen maar die er nog steeds zijn.
Daarnaast is er ook de angst voor dat gewone leven. Daar heb ik zin in, maar ik vind het ook eng. Waar gaan we straks wonen? Wat voor werk wil ik doen? Kan ik wel een baan vinden, nu ik zo lang weg ben geweest? Ik realiseer me dat dit niet alleen een angst voor mij is. Ik denk dat veel mensen van mijn ‘generatie’ hiermee worstelen, of ze nu zo lang zijn gaan reizen of gewoon direct na hun studie een baan hebben gezocht.
Het is gek. Als ik ergens de afgelopen jaren aan gewend ben geraakt is het wel verandering en het niet kunnen voorspellen hoe morgen eruit ziet. Ik had geen invloed op waar en wanneer ik zou werken in Australië, geen invloed op Harrie die stuk ging en wat we dan moesten doen, geen invloed op ons leven in Sydney en of dat überhaupt wel van de grond zou komen, geen invloed op onze zoektocht naar werk en een nieuwe woonplaats in Nieuw-Zeeland. En toch kwam het altijd goed. In twee jaar is mijn leven wel tien keer 180 graden gedraaid en eigenlijk altijd de kant op die ik niet verwachte of die niet altijd het handigst leek en toch kwamen we er uiteindelijk altijd uit.
We hebben binnen vijf maanden een heel bestaan in Sydney opgebouwd, raakte echt verweven in de gemeenschap van Twizel binnen drie maanden en ik leerde leven in een fucking trailer met gaten in de Outback en dat deed ik allemaal zonder me lang druk te maken. Maar dit volgende hoofdstuk van mijn leven drukt toch weer zwaar op mijn schouders en geeft me zorgen. Terwijl ik diep vanbinnen weet dat het goed komt en dat we er hoe dan ook wel uitkomen. Want als ons avontuur aan de andere kant van de wereld iets heeft bewezen is het wel dat je er altijd weer bovenop komt, hoe uitzichtloos de situatie op sommige momenten ook lijkt.
Misschien drukt dit nieuwe hoofdstuk meer op me omdat het ook betekent dat we nieuwe doelen voor onszelf moeten stellen. Lange tijd was reizen ons doel en toen we dat deden was blijven reizen ons nieuwe doel. We keken niet verder dan een paar weken en soms een paar maanden vooruit. Nu moeten we weer verder gaan kijken ook nieuwe en misschien vastere doelen gaan stellen. Maar wat wordt mijn nieuwe grote doel dan? Een eigen huis? Kinderen? Een eigen bedrijf? Ik heb geen idee. En dat is iets wat me soms bang maakt. Want lang kon ik dingen opschuiven naar het moment dat we terug zouden komen in Nederland. Maar dat moment dat we terug zijn en ik al die dingen echt moet gaan oppakken is al bijna daar.
Het komt goed, dat weet ik. Ik weet niet wat ‘goed’ in deze context is, maar ik weet dat er een moment komt dat ik ga terugdenken aan die laatste weken dat we op reis waren en dat ik me hier zo druk over maakte. Dan kan ik me dat niet meer voorstellen dat ik echt bang was dat het niet goed zou komen. Ik weet dat omdat ik nu ook terug denk aan al die keren dat ik in Australië en Nieuw-Zeeland dacht dat het niet goed zou komen of dat ik de uitweg niet zag. Er kwam altijd een uitweg en die zal er nu ook komen.