De laatste dagen van ons roadtrip avontuur door Nieuw-Zeeland brachten we door aan de westkust van het Northern Land. We bezochten een van de grootste Kauri bomen ter wereld en hadden een fijne dag aan het strand. Onze laatste nachten brachten we door op een idyllische camping in the middle of nowhere.
Na ons bezoekje aan Cape Reigna was er niet veel over op ons lijstje van wat we wilde doen in het noorden van het Noordereiland. We besloten dus rustig aan te doen en op ons gemak af te zakken naar Auckland. En dus reden we naar het Waipoua Forest. Dit bos had ik op ons lijstje gezet omdat dit een goede plek is om kiwi’s (de vogels) te spotten, maar aangezien het nachtdieren zijn hadden we daar minder geluk mee. Maar het Waipoua Forest heeft ook de grootste Kauri bomen ter wereld en dat wilde we niet missen. Kauri bomen komen alleen voor in het noordelijkste gedeelte van Nieuw-Zeeland en behoren tot een van de grootste bomen soorten ter wereld en zijn ook een van de oudste soorten ter wereld. Zo’n 190 tot 135 miljoen jaar geleden bestonden ze al en ze kunnen tot wel zeshonderd jaar oud worden.
Het klinkt misschien niet spannend, maar ik moet zeggen dat als je dan die grote bomen ziet die zowel in hoogste als dikte anders zijn dan alle andere bomen dan imponeert het wel. De drie grootste Kauri bomen van Nieuw-Zeeland staan in het Waipoua Forest. De wandeling naar de aller grootste was helaas afgezet en dus moesten we het met de op-een-na grootste doen. Maar gelukkig was die indrukwekkend genoeg. Hoewel Kauri’s dus al duizenden jaren bestaan en heel oud kunnen worden, zijn ze ook redelijk vatbaar voor ziektes. Als je nu in Nieuw-Zeeland een Kauri bos in gaat moet je altijd door een desinfectie poortje waarbij je de onderkant van je schoenen moet schoon spuiten. Ook moet je op het pad blijven omdat de wortels van de bomen heel fragiel zijn.
Na het Waipoua Forest reden we weer richting het strand en we kwamen per toeval terecht op Muriwai Beach. Dit is een uitgestrekt strand met een walk die over de kliffen loopt. Het was een zonnige en warme dag en dat maakte het een ideale dag voor het strand. We hebben ook redelijk wat mensen gezien die gingen surfen, maar voor ons was dat een stapje te ver. Wel hebben we fijn in de zon gezeten en de walk langs de kliffen gelopen. Naast dat de walk heel mooi is, kom je ook langs een kolonie gannet’s. In het Nederlands hete deze grote vogels Jan van Gent of Gents. Natuurlijk waren ze net nu wij er waren aan het over winteren in Australië en dus troffen we een grote lege rots aan. Wel waren er een paar paragliders die tot vlak langs de klif aan het vliegen waren en die we dus van heel dichtbij konden bekijken.
Uiteindelijk plofte we neer bij een leuk stranttentje waar we wat gedronken hebben en waar ook een straatbibliotheek was waar ik een paar van mijn boeken in kon opbergen. Na deze fijne stranddag reden we door Auckland naar onze laatste bestemming van de roadtrip: Waitakere Rangers national Park. Binnen een half uur waren we vanuit Auckland op de camping die zich echt in de middle of nowhere bevond.
Vanuit de camping was je binnen 15 minuten op het strand en hoewel we ons haasten om de zonsondergang vanaf het strand te zien bleek dat je die helemaal niet vanuit daar kon zien. Gelukkig maakte het strand zelf veel goed. Ten eerste was het een zwart strand en overal zag je hoge kliffen en rotsen in de zee waartegen de zee stootte. Ook zagen we en soort torentje op een klif liggen en we dachten even dat er een soort huisje op de klif lag. Dat was niet het geval, het was meer een kleine vuurtoren met een piepklein waarschuwingslichtje.
De volgende dag was het een regenachtige en winderige dag, maar aangezien het onze laatste volle dag in Snakey Eyes was moesten we onze tassen opnieuw inpakken en hem helemaal schoonmaken. Het waren geen ideale omstandigheden voor een grote schoonmaak maar we hadden niet veel keuze.
Aan het einde van de middag besloten we om een wandeling te maken langs de grotten die vlakbij de camping waren. Danny had gelezen dat er vroeger dwars door dit natuurgebied een treinspoor lag en dat je dat nog steeds kan zien liggen. Dat bleek niet zo te zijn, of in ieder geval wij hebben het niet kunnen vinden. Wel vonden we een paar grote grotten die in de rotsen waren uitgesleten. Het waren andere grotten dan we in Waipu hadden gezien. Hier waren het meer inhammen die na een meter of honderd dood liepen.
In de avond hebben we nog een praatje gemaakt met de eigenaren van de camping die ook de Nieuw-Zeelandse vrucht feijoa aan ons gaven. Het is een groene vrucht die in smaak wel wat weg heeft van een kiwi maar dan met ook een soort munt smaak eraan. Niet direct mijn nieuwe lievelingsvrucht maar wel fijn dat we hem eindelijk konden proberen want ik was al langer benieuwd naar dit native fruit.
De volgende dag was het tijd om Snake Eyes weer in te leven en gingen we op weg naar Auckland.