Tijdens ons bezoek aan Bluff op het Zuidereiland hadden we al het meest zuidelijkste puntje van het Nieuw-Zeelandse vasteland aangetikt. Door ons bezoek aan Cape Reigna konden we ook het meest noordelijke puntje toevoegen aan onze lijst. Al was onze reis erheen niet helemaal vlekkeloos, het was het zonder meer waard.
Na ons bezoek aan Mangonui belanden we in het stadje Kaitaia, een van de grootste stadjes die het uiterste noorden van Nieuw-Zeeland kent. We spendeerde daar een middag in de bieb om wat algemene dingen te regelen, maar waren ook in dubio over wat we nu verder zouden doen. We hadden nog ruim de tijd om het noorden te verkennen, maar er viel niet zo gek veel meer te doen. Ik wilde graag naar Cape Reigna dat het uiterste puntje van Nieuw-Zeeland is, maar dat was heen en terug ruim 200 kilometer en daartussen viel niet zoveel te doen. Inmiddels was ons budget aardig geslonken en dus was het de vraag of we bereid waren om extra benzine te betalen voor deze tocht.
Uiteindelijk besloten we het toch te doen. Ik had al gezien dat vooral de zonsondergang zeer de moeite waard was om te bekijken vanaf Cape Reigna, maar daarvoor moesten we wel een beetje opschieten want het was zo’n 1,5 uur rijden en dat betekende dat we het net voor zonsondergang zouden halen. Nu moet je weten dat Nieuw-Zeeland eigenlijk nergens echt rechte wegen heeft. Door het landschap kennen de wegen veel bochten en de maximale snelheid mag dat wel 100 kilometer per uur zijn maar als je constant bochten moet nemen haal je die snelheid niet snel. En dus duurde het uiteindelijk langer dan 1,5 uur om bij Cape Reigna te komen.
Op het uiterste puntje land van Nieuw-Zeeland staat een vuurtoren en vanuit daar heb je een prachtig uitzicht op de zee en kun je tijdens zonsondergang de zon letterlijk in de zee zien verdwijnen. Alleen de laatste 500 meter moet je wel lopen. Terwijl wij de laatste kilometers door het heuvelachtige landschap voor de Cape door croste zagen we al dat het spannend zou worden of we het wel zouden halen. De zon stond al erg laag en we moesten nog een paar kilometer. Uiteindelijk moesten we rennen naar het puntje toe en terwijl we dat deden zagen we al dat we te laat waren geweest voor het echte moment. We zouden de zon niet letterlijk zien zakken in de Tasman zee. Maar toch was het niet voor niets geweest want de hemel kleurde prachtig paars en alle andere mensen die druk foto’s hadden gemaakt waren inmiddels weg waardoor wij de plek voor onszelf hadden. Naast de vuurtoren hadden we ook uitzicht op hoge kliffen en prachtige stranden waar je alleen kon komen via een ingewikkelde hike.
Toen het echt donker werd zijn we weer naar Snake Eyes gegaan en met hem reden we naar een camping die in een mooie inham onder aan de berg lag. Je kon hier komen via een weg met veel haarspeldbochten en op sommige momenten was de weg zo smal dat ik me af vroeg wat er zou gebeuren als er op dat moment een tegenligger de hoek om zou komen. Maar we bereikte de camping zonder ongelukken. Inmiddels was het wel gaan regenen en dus maakte we vroeg het bed op om te gaan slapen.
De volgende ochtend worden we wakker aan een prachtig strand. Dat hadden we de avond van tevoren natuurlijk niet kunnen zien, maar nu bleek dat het een hele idyllische plek was om te slapen. Ik wandel nog even op en neer over het strand en dan besluiten we de kronkelroute weer terug te nemen om nu ook bij daglicht de vuurtoren te bekijken. We beklimmen ook de berg of heuvel die naast de vuurtoren licht en vanuit deze hogere plek zien we ook de uitgestrekte stranden die aan de andere kant van Cape Reinga liggen. Cape Reinga is niet alleen het noordelijkste puntje van Nieuw-Zeeland, het is ook de plek waar de Tasman zee en de grote oceaan samenkomen. Als je op dit hogere punt staat kun je de twee wateren en stromingen door elkaar zien gaan.
Terwijl we op de terugweg vanaf Cape Reinga zijn, komen we langs een aantal borden waarop staat dat je kunt zandsurfen. Het gebied waar we ons nu bevinden heet het Northland en is een dun en uitgerekt stuk land dat voornamelijk uit zand bestaat. Je vind hier dan ook hoge zandduinen die ideaal zijn om met een bord vanaf te ‘surfen’. Wij besluiten om even een kijkje te nemen bij een van deze duinen. Het regent een beetje waardoor we niet zo’n zin hebben om van een berg af te glijden met een bord, maar we zien wel dat andere mensen hier druk mee bezig zijn. We lopen een klein stukje de berg op maar gaan dan toch terug naar Snake Eyes en vervolgen onze weg terug naar Kaitaia.
Vanuit hier moeten we opnieuw overdenken wat we willen gaan doen, maar na enig zoekwerk besluiten we om op zoek te gaan naar de Kauri boom. De grootste bomen van Nieuw-Zeeland.