Een van de bijzonderste campingspots die we in Nieuw-Zeeland tegenkwamen was Mount Taranaki. We sliepen niet alleen halverwege deze machtige vulkaan, maar we hebben hier ook een hike gedaan. Daarnaast bezochten we zijn broers die zo’n 200 km verderop liggen.
Een belangrijk verschil tussen het Noorder en het Zuidereiland van Nieuw Zeeland is het aardbevingsgevaar. Dat is op het Zuidereiland veel groter dan in het noorden. Dit komt omdat de breuklijn tussen de Australische plaat en de Pacific plaat recht over het zuidereiland loopt en daarna afbuigt en dus voor de oostkust van het Noordereiland loopt. De kans op aardbevingen in het zuiden is dus veel groter, maar dat is direct ook de reden dat het eiland zulke hoge bergen heeft. Het Noordereiland heeft dit veel minder maar heeft dan wel weer een ander type bergen namelijk vulkanen. Op het Noordereiland liggen maar liefst dertien slapende en actieve vulkanen.
Wij bezochten de grootste actieve vulkaan op het vasteland van Nieuw Zeeland namelijk Mount Taranaki. Deze enorme vulkaan is precies wat je verwacht van hoe een vulkaan eruit ziet. Een enorme puntige berg en in ons geval was de top besneeuwd. Hij ligt eigenlijk helemaal alleen waardoor je hem vanuit de wijde omtrek kunt zien liggen. Danny ontdekte via een van onze kampeerapps dat het is toegestaan om op de parkeerplaats te slapen in je bus. Dat laten we ons geen twee keer zeggen dus tuffen we vrolijk met Snake Eyes naar boven.
Een ding waar we ons een beetje op verkeken hebben is dat deze parkeerplaats op zo’n 900 meter boven zeeniveau ligt, oftewel het kan hier in de nacht behoorlijk koud worden. Maar we hebben een prachtig uitzicht over de omliggende steden en kunnen zelfs links en rechts van ons de zee zien liggen. Achter ons verreist de top van Mount Taranaki die als we aankomen nog door wolken word omgeven. Kortom: zo’n mooie kampeerplek kunnen we niet overslaan.
De nacht is wat frisser dan we gewend zijn, maar uiteindelijk niet eens zo heel erg koud. De volgende ochtend besluiten we naar het skigebied te lopen dat wat hoger op de berg ligt en voor onervaren hikers ook nog prima te doen is. Het skiseizoen begint in Nieuw Zeeland aan het einde van juni en dus is het nu nog rustig op de berg en hoeven we niet bang te zijn om door de sneeuw te ploegen. Het is zelfs best wel lekker weer. Omdat Taranaki erg hoog is hangen er wel wat wolken rondom de top en ik pak mijzelf in eerste instantie ook dik in, maar al na een kwartier kom ik erachter dat dit niet nodig is en kan ik mijn jas en sjaal weer in mijn tas proppen.
Veel walking tracks in Nieuw Zeeland en Australië heten al snel hikes, terwijl het vaak gewoon wandeltochten zijn. Bij een hike verwacht je toch wat meer klim en klauter werk. De walk die we liepen op Mount Taranaki kan je met recht een hike noemen. Het eerste stuk gaat over een simpele gravelweg, maar al snel komen we aan bij de echte start van de walk. Dit smalle pad loopt langs een kloof. Danny is enthousiast vertrokken op zijn slippers en heeft hier direct een klein beetje spijt van. Die spijt wordt groter als we bij het einde van het smalle pad aankomen en door de kloof moeten lopen via losse stenen. Uiteindelijk moeten we via een ander smal pad vol grote keien naar boven en daar komen we aan bij het skigebied.
Nog steeds is deze wandeling redelijk makkelijk te maken en hij kan dus zelfs op slippers worden gelopen. Vooral de uitzichten maken deze wandeling zeker de moeite waard. We zijn bijna de enige die op dit moment van de dag de berg beklimmen en daardoor voelen we ons af en toe echt een beetje alleen op de wereld. Het skigebied zelf stelt niet zoveel voor. Het is een kleine helling en nu er nog geen sneeuw ligt is er nog niet zoveel te beleven. Wel kunnen we even fijn in de zon zitten met uitzicht op de top van Taranaki. Vanuit dit gebied kun je nog verder naar de top klimmen, maar aangezien er op de top wel sneeuw en ijs ligt moet je hiervoor een goede uitrusting hebben. Die hebben wij niet mee en dus stopt hier onze tocht over Mount Taranaki.
Hierna rijden we richting de drie broers van Taranaki. Deze liggen tweehonderd kilometer verderop in het Tongariro National Park. Om daar te komen nemen we een beetje een omweg namelijk over de Forgotten World Highway. Deze twee uur durende rit neemt je door een prachtig landschap en brengt je langs allerlei piepkleine dorpjes die soms niet groter zijn dan één straat. Hoe verder we weg rijden van Mount Taranaki hoe machtiger hij lijkt te worden. Toen we er zo vlakbij waren vergaten we een beetje hoe hoog hij is, maar als we ruim vijftig kilometer verder zijn en hem nog steeds zo trots liggen.
De Forgotten World Highway is een grappige route want hij brengt je door heel grillige landschappen en we komen bijna niemand tegen op de route. De rit duurt uiteindelijk wel een tikje lang want aan er lijkt bijna geen einde aan te komen. Maar gelukkig komen we tegen het eind van de middag aan bij Stratford, waar we de nacht doorbrengen.
De volgende dag rijden we naar Tongariro National Park. In eerste instantie had ik het wilde idee om de Tongariro Alphine Crossing te doen. Dat is een day hike die zo’n 19 km lang is en je langs allerlei prachtige plekken brengt. Het probleem is alleen dat dit echt over de bergen heen gaat en hoewel de site van het National Park vertelde dat ook ongetrainde wandelaars deze tocht konden maken, raadde ze zeker in de herfst en winter aan om wel goed materiaal zoals sneeuw schoenen en dergelijke mee te nemen. Uiteindelijk hebben we dus besloten om de hike niet te maken omdat we niet zeker wisten of dit nou heel slim was.
Wel deden we een andere track van ongeveer twee uur die ons langs een waterval bracht en een mooi uitzicht gaf op Mount Tongariro, een van de drie vulkanen die het national park rijk is. Het eerste stuk van de walk ging over vlak terrein en daardoor kon je de hele tijd de berg zien liggen. Daarna ging het over in bos en liep je langs de rivier. Al met al een mooie tocht, maar toch ergens wel jammer dat we de lange tocht niet hebben gedaan.