De laatste bezienswaardigheid die we op het Zuidereiland bezochten was het Abel Tasman National Park. Nog een keer zagen we de prachtige natuur die het Zuidereiland te bieden heeft. Daarna was het tijd om door te rijden naar Picton om daar op de boot te stappen die ons naar Wellington zou brengen.
Op het Zuidereiland van Nieuw-Zeeland kom je veel plekken tegen die vernoemd zijn naar de Nederlandse ontdekkingsreiziger Abel Tasman. Tasman ontdekte ruim honderd jaar voor James Cook al het eiland Tasmanië dat voor de kust van Australië ligt. Het vaste land van Australië heeft hij echter nooit gezien en daardoor voer hij door richting Zuid Amerika. Tijdens deze reis stuitte ze op het Zuidereiland van Nieuw-Zeeland. De ontmoeting met de Maori ging niet geheel vlekkeloos en nadat de Maori drie bemanningsleden hadden vermoord is de vloot van Tasman halsoverkop weer vertrokken. Tasman ontdekte nog wel de waterdoorgang tussen het Noorder en Zuidereiland maar kon het Noordereiland door storm en flinke stroming niet bereiken. De VOC was niet echt tevreden over de ontdekkingen van Tasman en het duurde nog ruim honderd jaar voor James Cook ook het Noordereiland ontdekte en Nieuw-Zeeland in zijn geheel op de kaart werd gezet. Toen werd ook pas duidelijk hoe groot de ontdekking van Tasman eigenlijk geweest was.
Genoeg redenen voor Nieuw-Zeeland om de eerste Europeaan op Nieuw-Zeelandse bodem te eren met een eigen national park. Het park loopt helemaal langs de kust en je kunt er dan ook niet met de auto in, alles is gemaakt voor de wandelaar. Er zijn diverse dag en meerdaagse trips waarbij je in hutten of op campinggrounds kan slapen. Wij besluiten om een korte wandeling te maken die ons langs de eerste drie a vier stranden brengt. We vinden op een van die stranden een paar grotten waar je door kan lopen. Ik weet niet of dit park in de zomer wel erg druk is, maar toen wij er waren was het dan in ieder geval niet waardoor je echt een beetje een alleen op de wereld gevoel hebt.
We rijden ook nog naar een andere kleiner deel van het park waar je de beroemde ‘Split Apple Rock’ kan vinden. Dit is een enorme steen die in een baai ligt en ooit precies doormidden is gespleten. Wij zijn bijna de enige op het strand en door het lekkere weer zijn we bijna verleid tot een duik, maar daarvoor is het toch al echt iets te koud geworden. Ik kan me wel voorstellen hoe fijn deze plek in de zomer kan zijn, mits je dan (net als wij) als enige daar bent. Ook hier hebben we weer wat strandgrotten verkend, wat heel tof was.
Die avond rijden we naar een van de mooiste campings die we hebben gezien in Nieuw-Zeeland. Ten eerste was de weg ernaartoe adembenemend mooi, waarschijnlijk deels door de zon die we langzaam achter de bergen zagen verdwijnen. Maar de camping zelf lag aan het water en bood een prachtig uitzicht over het meer en de bergen. Deze avond konden we er niet meer zoveel van zien, maar ’s ochtends werd ik toch even overvallen door deze prachtige plek. Dit is een van de redenen waarom ik iedereen aanraad een camper te huren en juist soms voor campings te kiezen die gratis zijn. Dat zijn vaak de echte parels en hierdoor word je wakker op hele bijzondere plekken.
De volgende dag was het echt tijd om het Zuidereiland te verlaten en op de boot te stappen die ons naar het Noordereiland zou brengen. We vertrokken vanuit het kleine dorpje Picton wat een gezellig dorpje was, wat erg was ingericht op de hordes mensen die er dagelijks aankomen vanuit Wellington of juist weer weggaan richting Wellington.
De bootreis naar het Noordereiland is niet goedkoop. Met een auto of bus betaal je al snel zo’n tweehonderd dollar om de oversteek te maken. Je hebt twee bedrijven die de ferrytochten verzorgen: de Bluebridge en de Interislander. Wij hebben gekozen voor Bluebridge wat iets goedkoper was dan de Interislander. De overtocht duurt zo’n vier uur en je kan er allerlei extra’s bij boeken zoals een eigen hut voor de middag, maar dat vonden wij een beetje overdreven. Hoewel we pas rond 13.00 ’s middags vertrokken moesten we al ruim voor die tijd inchecken omdat ze alle auto’s natuurlijk in goede banen de boot op moeten begeleiden. Hoewel we redelijk lang moesten wachten verliep het proces van de boot oprijden vrij gemakkelijk. Al snel konden we Snake Eyes verlaten en een mooi plekje op de boot zelf bemachtigen. Rond half twee vertrokken we echt en lieten we het Zuidereiland definitief achter ons.