The Wild West Coast

De westkust van het Zuidereiland staat bekend als een van de ruigste plekken van Nieuw-Zeeland. Ze is beroemd door de gletsjers die er liggen en dat was dan ook de hoofdreden dat we het westen aandeden. Maar onderweg ontdekte we dat de Wild West Coast veel meer te bieden heeft dan alleen gletsjers.

Het eerste stuk van onze route ging over de Haast pass, een pass dwars door de bergen die je naar het westen van het Zuidereiland brengt. Dat liep niet helemaal vlekkeloos want de regen kwam met bakken uit de lucht toen we aan het begin van deze pass kwamen. Aangezien de route uit veel scherpe bochten bestaat, besloten we om die dag al rond de middag op een camping te gaan staan. We wilde liever niet met deze regen over de pass trekken. We konden op deze camping vlakbij een blokhut staan, waar ook een hout kachel in stond. Het duurde even voordat we het doorhadden maar uiteindelijk heeft Danny er een mooi vuurtje in gemaakt en werd het lekker warm binnen.

We hebben deze middag lekker voor het vuur gezeten en we konden ook eindelijk een heerlijke warme douche nemen dat in dit weer zeer gewaardeerd werd. De volgende dag was het echt tijd om verder te trekken. Het regende nog steeds, maar wel iets minder hard en dus moesten we het er maar gewoon op wagen. Onze eerste stop was bij de Blue Pool walk, een korte wandeling die je normaal gezien brengt langs prachtig blauwe rivieren. Door de regen was het echter meer de Green Pool walk, maar dat maakte het er niet minder mooi op.

Uiteindelijk stopte het met regenen en aan het einde van de middag bereikte we Franz Josef Glacier, de beroemdste gletsjer van Nieuw Zeeland. In maart is er in dit gebied een grote storm geweest en hierdoor was een brug totaal weggevaagd. Toen wij aankwamen was er gelukkig een noodbrug gebouwd, maar we hadden over het hoofd gezien dat je door alle storm schade ook niet bij de gletsjer in de buurt kan komen. Dit was een beetje een domper, maar gelukkig liet iemand bij het informatiecentrum ons zien dat er nog een alternatieve route was zodat je de gletsjer in ieder geval kon zien.

Die wandeling liep een berg op en kende best wel steile stukken, gelukkig werden we aan het eind van de wandeling beloont met een mooi uitzicht op de gletsjer. We bleken ook nog best wel wat geluk te hebben want eerder die dag was er veel bewolking en kon je de gletsjer niet zien, maar nu was het opgeklaard en was hij perfect te zien.

De dagen na ons bezoek aan de Franz Josef waren gevuld met vele bochtige kustwegen die allemaal even mooi en wild waren. We kwamen voorbij het dorpje Punakaiki waar we de pancake rocks bezochten. Deze rotsen hebben veel lagen waardoor ze er uitzien als hoge stapels pannenkoeken. Door de erosie van de zee waren er ook veel blowholes en bij grote golven spoot het water naar boven. Vlakbij deze pancake rocks woonde een groep zeehonden. Toen we daar aankwamen dachten we dat er niets te zien was doordat de zeehonden zo opgingen in de stenen, maar hoe langer we keken hoe meer zeehonden we zagen.

Onze laatste stop in het westen was bij de Old Ghost Road. Deze track start in het dorpje Lyell en is zo’n tachtig kilometer lang.  Wij hebben die niet helemaal gelopen, maar het eerste stuk was toch de moeite waard. Dit stukje van de track liep langs een paar oude graven wat toch een beetje een gekke sfeer gaf.

Na deze laatste stop was het tijd om door te rijden naar het noorden van het Zuidereiland waar we nog het Abel Tasman National Park gaan bezoeken en uiteindelijk op de boot zullen stappen naar het Noordereiland.

Plaats een reactie