Nadat we een paar dagen in de bergen door hadden gebracht was het tijd om weer richting de zee te rijden. In twee dagen reden we de beroemde South Scenic Route, die bekend staat als een van de mooiste routes ter wereld. We werden dan ook niet teleurgesteld.
We begonnen aan de South Scenic Route in het havenstadje Dunedin. We wisten niet precies hoe je dat uitsprak dus bij ons werd het een soort: dunnedin en dat is er ook niet meer uitgegaan. Je schijnt het te moeten uitspreken als Djuundin, ofzoiets. A fijn, Dunedin is ooit door Schotten gesticht en die uitspraak zal hen dan ook een stuk makkelijker afgaan. Dunedin zelf was een hele fijne stad. Er zaten veel leuke barren en restaurantjes, het station was mooi en er was opnieuw een mooi gratis museum om te bezoeken. Ook dit keer vonden we een Lime step waarmee we een rondje door het centrum reden.
Daarna was het tijd om Dunedin achter ons te laten en reden we naar Tunnel Beach. De naam zegt het al Tunnel Beach is een strand waar je doormiddel van een tunnel naartoe gaat en ondertussen ligt er een gigantische rots waar je over kan lopen in de zee. Het was een prachtig uitzicht en we ontdekte toen we op het strand waren zelfs een kleine grot. Het enige nadeel aan deze mooie plek was de weg terug naar de auto. Het is een enorme steile klim de berg op en ik moest om de honderd meter even stilstaan. Eenmaal in de auto was het zweet me aan alle kanten uitgebroken en konden we wel stellen dat we een flinke work-out hadden gedaan.
De South Scenic Route bracht ons verder naar het natuurgebied The Catlines, beroemd om zijn mooie scenic roads (pardon my english, maar het zit er inmiddels behoorlijk ingebakken dit soort uitdrukkingen) en lookouts. We bezochten hier Nugget Point Lighthouse. Een vuurtoren op het puntje van een klif staat. Tijdens onze wandeling zagen we helemaal beneden een groepje zeehonden zwemmen in een klein rotsbadje. Onze eerste aanraking met the wildlife van Nieuw Zeeland. Nugget Point zelf was adembenemend mooi. We waren op precies het goede moment gekomen namelijk tijdens zonsondergang de lucht had een prachtige kleur. Ik was er echt even stil van hoe mooi de natuur hier is in Nieuw Zeeland.
Daarna gingen we in een noodvaart richting de Parakaunui Falls want het werd al donker en Danny wilde deze met alle geweld nog bezoeken. We kwamen al in het schemerdonker aan, maar omdat het maar een kwartiertje lopen was naar de waterval (door een donker bos) sleurde Danny me toch mee. Hier zie je een goed verschil tussen Australië en Nieuw Zeeland want in Australië had ik dit never nooit gedaan vanwege het risico op enge en gevaarlijke dieren. Hier in Nieuw Zeeland zijn echter weinig tot geen gevaarlijke dieren en dus konden we veilig het bos inlopen. Toch was het niet echt een prettig gevoel en maar gelukkig konden we de waterval nog redelijk goed bekijken.
Tijdens onze rit naar de campingground bleek dat je er toch niet vanuit mag gaan dat er geen dieren in Nieuw Zeeland zijn. In Australië was het advies: rijd niet na zonsondergang want dan heb je gegarandeerd een kangoeroe (a la 100 kg) op je voorruit. We lazen dat je in Nieuw Zeeland best ’s nachts kon rijden omdat hier eigenlijk geen grote dieren zijn die ’s nachts actief zijn. Maar daar hadden ze dan buiten de hertenfamilie gerekend die we zagen oversteken en gelukkig net voorbijreden en buiten de grote possums die ze hier hebben en waarvoor we één keer helaas niet konden uitwijken. Ik kende de possums al vanuit Australië maar daar waren het lieve kleine dieren die in de bomen leefde. Hier zijn het beesten zo groot als katten die ’s nachts te pas en te onpas over steken en die je dan ook vaak dood naast de weg ziet liggen.
Niet zonder slachtoffers bereikte we dus onze campingground vlakbij Curio Bay dat bekend staat als de plek om pinguïns te spotten. De volgende ochtend gingen we dan ook vol goede moed op pad. Helaas hadden we deze keer minder geluk met het Nieuw Zeelandse wildlife want er was geen pinguïn te bekennen. Toch was er nog een kleine upside aan deze ochtend want we ontbeten op het strand met een mooi uitzicht over de baai en we vonden een douche waar we voor twee dollar maar liefst vijf minuten konden douche. En dus deden we een turbo douche waarna we ons weer schoon voelde.
Daarna was het tijd om the Catlines te verlaten en reden we naar het meest Zuidelijke puntje van het Nieuw Zeelandse vasteland het oesterdorp Bluff. Ik moet zeggen het was een beetje een triest dorp en hoewel het bekend staat in heel Nieuw Zeeland als dé plek om oesters te kopen, waren ze nu vreemd genoeg allemaal uitverkocht. Daarna reden we naar de stad Invercargill wat het eindpunt is van de South Scenic Route en dus ook van onze trip langs de kust. Het werd voor ons tijd om het land weer in te gaan en de beroemde Milford Sound te bezoeken.
Wauw wel heel erg mooi daar. Echt wel een aanrader. Misschien ook iets voor ons.
LikeLike