Na bijna tien maanden met z’n tweetjes door Australië te hebben getrokken, kwam eind december Thijs ons bezoeken in Sydney. We leidde hem rond in Sydney, maakte een uitstapje naar de Blue Mountains en reden in een oerlelijke auto een mooie roadtrip langs de Australische zuidoost kust.
Op 29 december kwam Thijs aan in Sydney. Bewapend met een klein spandoek gingen Danny en ik naar Sydney Airport om hem op te halen. Ik vond het spannend en een beetje gek om Thijs hier te ontvangen. Het is toch vreemd om iemand die vooral in je Nederlandse wereld hoort dan opeens terug te zien in Australië. Gelukkig was het direct als vanouds en was het alsof we elkaar gewoon een maand of twee niet gezien hadden in plaats van tien maanden.
De dagen erna lieten we Thijs Sydney zien en vierde we natuurlijk samen nieuw jaar. We hadden al een tijd geleden besloten om niet naar het vuurwerk bij de Harbour Bridge te gaan. We hadden gehoord dat je daar ’s ochtends om zeven uur al moest zijn als je goede plekken wilde en dan moest je daar dus de hele dag blijven zitten tot het eindelijk zo ver was. Daar hadden we niet zoveel zin in en bij een park redelijk dicht bij ons huis zou een festival zijn en dat leek ons leuker om heen te gaan. Die avond bleek maar weer eens dat ook in Australië niks zo veranderlijk is als het weer want rond 18.00 uur begon het te onweren en te regenen en niet zo’n beetje ook. Daar ging mijn idee van een zwoele warme nieuwjaarsavond. Gelukkig hield het na acht uur op met zo hard regenen en draaide er juist op dat moment een dj die allerlei hitjes van de jaren ’80 tot nu draaide en dat maakte dat we er weer zin in kregen. Uiteindelijk hebben we een fijne avond gehad en zelfs vanuit de verte nog wat meegekregen van het vuurwerk bij de Harbour Bridge.
In de dagen na Nieuwjaar verkende Thijs en ik de stad met z’n tweeën omdat Danny veel moest werken. Zo bezochten we het Australian Museum, we liepen nog een keer de Costal route van Bondi naar Coogéé en gingen op verkenningstocht naar het strand Camp Cove dat wel tot een van de mooiste van Sydney behoort. Op zondag 6 januari vertrokken we met de trein naar de Blue Mountains. Danny en ik waren daar natuurlijk al geweest toen we een weekje gingen proefkamperen met Harrie, maar we wilde het Thijs ook graag laten zien. We hadden geen slechtere dag kunnen kiezen dan deze. Het miezerde in Sydney al een beetje, maar in de Blue Mountains mistte het zo erg dat je nog geen tien meter voor je uit kon kijken. We liepen helemaal naar het uitkijkpunt waar Danny en ik een jaar geleden een prachtig uitzicht hadden over de vallei en op de Three Sisters, maar nu zagen we niks anders dan wit. Het was alsof we aan het einde van de wereld waren. Toch liepen we naar de Three Sisters en liepen ook via een pad naar de andere kant van de vallei en eigenlijk was het ook wel een hele grappige ervaring. Hoewel we nat werden van de mist en regen en we over plassen moesten springen die het pad soms versperde hebben we die dag veel lol gehad en was het ook wel bijzonder om de Blue Mountains te zien als de White Mountains.
Na tien dagen lang Sydney te hebben verkend, was het op donderdag tien januari tijd om onze huurbus/auto op te halen en de stad even te verlaten. Naast dat het natuurlijk super leuk was om dit uitje met Thijs te maken, waren Danny en ik er ook wel weer aan toe om even een beetje te reizen. Onze huurauto was zo ongeveer de aller lelijkste die je kan bedenken, maar bood genoeg ruimte voor ons alle drie om te slapen omdat er een rooftoptent op het dak zat waar Danny en ik in sliepen en zo had Thijs alle ruimte in de auto zelf om te slapen. Ons plan was om eerst naar Melbourne te rijden en daarna vanuit daar rustig aan langs de kust terug te rijden naar Sydney.
En dus reden we die donderdag iets later dan gepland richting Melbourne, een stad waar Danny en ik al heel veel over hadden gehoord maar dus nog nooit hadden bezocht. Die eerste dag stond vooral in het teken van rijden, want het is toch nog zo’n 850 kilometer van Sydney naar Melbourne. Die avond hadden parkeerde we ons paars/groene monster op een camping aan een prachtig meer waar we ook nog eens werden getrakteerd op een mooie zonsondergang. We bereidden ons eerste camping maaltje, wat met een paar horten en stoten uiteindelijk toch heel lekker was en zochten in het donker uit hoe we de auto nou naar een comfortabel bed konden ombouwen.
Thijs is de volgende ochtend om zes uur opgestaan om de zonsopgang te bekijken die boven het meer opkwam. Danny en ik konden dat niet opbrengen, maar gelukkig had Thijs wat foto’s gemaakt zodat we er toch een soort van bij waren geweest. Daarna pakte we de auto weer in en onderweg naar Melbourne bedachten we een naam voor de auto en we vonden alle drie dat Chantal wel echt een naam voor deze auto was. En zo geschiedde. Uiteindelijk kwamen we rond twee uur aan in Melbourne, daar zetten we Chantal op een parkeerplaats bij een treinstation zodat wij de trein konden nemen naar het centrum van Melbourne. En zo liepen we een half uurtje later door het centrum van Melbourne, dat ik stiekem toch best veel op Sydney vond lijken al was het dan minder druk. Iedereen had het altijd over de relaxte sfeer in Melbourne, maar ik vond het echt niet zoveel verschil met Sydney. Totdat we later in de middag naar de wijk Fitzroy gingen. Een wijk die vol zit met leuke hippe restaurants en leuke barren. Zo had Danny een bar gevonden waar het ‘net is alsof je bij je oma bent’. Nou was dat niet helemaal waar en ik vraag me sterk af wie een oma heeft met plastic glitter gordijnen voor de voorruit, maar leuk was het wel. Helaas moesten we rond 22.00 uur wel echt weer richting Chantal omdat we zeker nog een uur moesten rijden voordat we bij de camping zouden zijn. Onderweg kwamen we nog talloze leuke plekken tegen en toen was het wel even jammer dat we maar een dagje in Melbourne waren.

Onderweg naar de camping moesten we het laatste stuk over een hobbelig zandweggetje rijden waar tot onze schrik opeens een kangaroo voor de auto sprong. Doordat we hem met ons licht verblindde bleef hij minuten lang voor onze auto springen terwijl wij langzaam achter hem aanreden. Hoewel het best grappig was, vonden we het ook wel een beetje zielig omdat hij echt in de war was en wij niet zoveel meer konden doen dan langzaam achter hem aanrijden. De volgende dag was het tijd voor een bezoekje aan het strand van Melbourne. Daar hebben we geprobeerd om een glimp op te vangen van pinguïns die daar soms aan land komen, aten we fish and chips en hebben we een foto gemaakt bij de beroemde gekleurde badhuisjes. Daarna kwam Danny op het idee om naar een camping te gaan die nog wel even rijden was, maar die aan ’90 mile beach’ lag. Eenmaal aangekomen bij de camping zagen we dat het erg druk was en dat de campinggasten niet direct mensen waren waar we graag een nacht mee op de camping wilde staan. Gelukkig was er een paar honderd meter verderop nog een camping en die was een stuk rustiger. In vijf minuten waren we bij de zee, waar we helaas niet konden zwemmen maar wel genoten van het feit dat we alleen op dat uitgestrekte strand waren.
De avond brachten we door onder het ‘genot’ van een muziekquiz die uiteindelijk uren duurde en waarbij degene die won 100 punten moest halen. Thijs ging er met de winst vandoor nadat ik toch een goede inhaalslag had gedaan, maar ja je kunt niet alles hebben. De volgende dag reden we naar een van de hoogtepunten van deze reis voor mij namelijk het Raymond Island bij de stad Paynesville. Het dorpje zelf was al een echt typisch Australisch vissersstadje, wat leuk was. Maar het hoogtepunt was dus het eiland, want daar leven super veel koala’s. Naast een moeilijk zichtbare koala in Adelaide hadden Danny en ik deze dieren nog nooit in het wild gezien en hier hebben we er wel twintig gezien. Er loopt een route van zo’n twintig minuten over het eiland, maar het duurde voor ons veel langer om hem te lopen omdat we steeds stil stonden om alle koala’s te bewonderen.
De volgende dag was het tijd om eindelijk ook weer eens te zwemmen in plaats van alleen maar over het strand te lopen. We gingen naar het vissersdorp Eden waar we ons een hele tijd vermaakt hebben met de golven in het water. Eden schijnt ook een plek te zijn waar je heel goed walvissen kunt spotten, maar helaas was dit niet het ‘seizoen’ voor walvisspotten. Die middag hebben we echter wel dolfijnen gespot toen we onderweg stopte in het dorp Tathra. Bij toeval stopte we daar en opeens zei Thijs: dolfijnen! En ja hoor, wij lopen ze al tien maanden mis hier in Australië maar met Thijs erbij duiken ze opeens wel op. Daarna reden we door naar Australia rock dat bij het dorp Narooma ligt. Het heet zo omdat er dus een gat in een rots is ontstaan die precies lijkt op de vorm van Australië. Opzich wel leuk om te zien, maar het leukste was dat er even verderop een paar zeehonden lagen te zonnen. Blijkbaar trekt Thijs dieren aan, want in die week met hem hebben we opeens allerlei Australische dieren kunnen toevoegen aan ons lijstje. Alleen de pinguïns ontbreken nu nog.
Op de laatste volle dag van onze roadtrip bezochten we Jervis Bays: een natuurgebied waar de witste stranden ter wereld te vinden zijn. Wij gingen naar Hyams beach, wat dan ook nog eens DE witste schijnt te zijn. En wit was het, zodra je je zonnebril afdeed was deed het pijn aan je ogen om te kijken. Het is wel echt een van de mooiste stranden en plekken waar ik in Australië ben geweest. Daarnaast was het ook een fijne plek om te zwemmen door het super heldere water en de golven die niet te hoog zijn, maar wel hoog genoeg om een beetje lol van te hebben. Helaas was Hyams beach niet de beste plek om te zonnen omdat er veel wind stond en het zand heel fijn is waardoor je niet echt fijn kan liggen. En dus reden we door naar Huskisson beach waar we met een mooi uitzicht op zee hebben gegeten. Daarna reden we door naar Kangaroo Valley waar Danny een camping had gevonden aan een rivier die bekend staat om de vele wombats die er ’s nachts opduiken. Ik nam nog een snelle duik in de rivier om het zand een beetje van me af te spoelen, maar durfde niet echt ver de rivier in omdat het water hier heel troebel was. Zodra de zon onder ging kwamen er inderdaad allemaal wombats tevoorschijn. We hadden er al een paar gezien, maar nog nooit zoveel en van zo dichtbij.
De volgende dag was het helaas tijd om terug naar Sydney te gaan. We maakte nog een korte stop in een natuurpark vlak voor Sydney om nog wat te zwemmen, maar we moesten op tijd terug zijn om de auto weer in te leveren. Omdat Thijs de volgende dag weer terug zou vliegen naar Nederland zijn we die avond ook nog uit eten geweest en hebben we eindelijk kangeroe gegeten, wat verrassend goed smaakte. En toen was het opeens alweer tijd om Thijs weer af te zetten op het vliegveld en waren Danny en ik weer gewoon met z’n tweeën.
Het was zo fijn om Thijs hier te hebben voor drie weken en elkaar eindelijk weer eens te zien en echt te spreken in plaats van alleen via whatsapp. De roadtrip was echt het hoogtepunt van zijn verblijf want de Zuidoost kust was zoveel mooier dan we van tevoren hadden verwacht.