Na zo’n twee maanden vertoefd te hebben in de hitte van Northern Territory en de stof en droogte van the Red Centre was het heerlijk om aan te komen in het groene en koelere Adelaide. We hadden niet veel verwachtingen van de stad zelf, maar ze heeft ons compleet verrast.
Voor mijn gevoel ging de omslag tussen the Red Centre en het groene zuiden van Australië vrij abrupt. Het ene moment reden we door het dorre droge en vlakke landschap van midden Australië en het volgende moment reden we door de groene heuvels die rondom Adelaide liggen. Het was midden oktober toen we daar aan kwamen en dus volop lente. Alles stond in bloei, was groen en het was maar een graad of 18 /19. Voor ons een verademing. Want hoewel we zeker wel genoten van de hitte, was het fijn dat het even wat minder was en dat we ’s nachts goed konden slapen omdat het lekker koud was.
Adelaide staat bekend als de ‘church city’ omdat er veel kerken zijn. Mooi om te zien, maar dat roept niet direct het beeld op van een bruisende en levendige stad. Maar het tegenover gestelde bleek waar. We parkeerde Harrie en liepen op goed geluk de stad in. We kwamen al snel in de buurt van een soort markthal. We besloten er een kijkje te nemen. Het was een hal met tientallen kleine winkeltjes, veel food gerelateerd, maar ook enkele met sierraden of interieur artikelen. Het was zaterdagochtend dus het was druk en gezellig. We liepen door de paden waar we heerlijke dingen zagen liggen en liepen toevallig ook tegen een winkeltje dat wat Nederlandse producten verkocht zoals beschuit en hagelslag. Aangezien ik zelfs had gedroomd over hagelslag kon ik het niet laten liggen. Goedkoop was het zeker niet, maar op dat moment was het die negen dollar zeker waard.
Omdat het inmiddels lunchtijd was streken we neer bij een van de vele broodjes zaken om wat te eten. Daarna was het tijd om de stad verder te verkennen. Er bleken veel leuke barren, restaurants en eettentjes in Adelaide te zitten. Er werd op dat moment ook een filmfestival gehouden en dus namen we bij een van de deelnemende bioscopen een kijkje. Misschien lag het eraan dat zaterdag was en iedereen dus in de stad was, maar ik vond Adelaide echt een van de leukste steden die we hier in Australië hebben bezocht. Toen we bij een bar wat gingen drinken, vroeg een meisje dat daar werkte of we nog plannen hadden voor de rest van de avond. We zeiden dat we ergens iets wilde gaan eten maar nog niet precies wisten waar. ‘Oh waar houden jullie van?’ vroeg ze. ‘Nou we hebben eigenlijk zin in Aziatisch eten’, zeiden we. Ze pakte een briefje en schreef zo vijf restaurants op die leuk waren om heen te gaan. Uiteindelijk zijn we toch naar een ander Vietnamees tentje gegaan, maar ik vond het zo leuk dat ze zo een aantal restaurants kon aanraden.
Na het eten werd het donker en koelde het ook flink af en daarom besloten we richting de camping te rijden. Danny had eerder op de dag al een leuke camping gevonden, je moest er wel voor betalen maar het bedrag was niet hoog en de camping had hele goede reviews. Het lag alleen wel in de bergen van Adelaide. Nou dat hebben we geweten. Harrie is niet echt een topper in de bergen en we moesten nu echt een paar keer plankgas een helling op en dan gingen we nog maar zestig. Verder waren er niet echt lantaarnpalen en moest we via een kronkelweg vol haarspeldbochten onze weg in het donker zien te vinden. Een heel avontuur dus maar uiteindelijk vonden we de camping. Dit was een soort combinatie van een camping en een jeugdherberg. Er was een grote keuken waar je gebruik van mocht maken, een woonkamer en een groot gedeelte bij de keuken waar je kon zitten. De man die ons ontving was ook heel vriendelijk en gaf ons een hele rondleiding. Uiteindelijk parkeerde we Harrie op het grasveld en plofte uitgeput in bed.
De volgende ochtend bleek het de kronkelweg totaal waard geweest om toch naar deze camping te rijden. Het lag midden in een bos en overal om ons heen zagen we groen. We hadden de avond van tevoren al besloten dat we twee nachten zouden blijven en dus hadden we geen haast en konden we de tijd nemen om te douche en te ontbijten. Ook was het tijd om weer wat sollicitaties eruit te sturen. We wilde in Sydney namelijk weer aan het werk en we hadden bedacht om maar wat eerder al met solliciteren te beginnen.
Nadat we daar wat uren mee bezig waren geweest hadden we zin om het gebied rondom de camping wat beter te ontdekken. We hadden bij de reviews gelezen dat veel mensen er koala’s hadden gespot en dat dier miste wij nog op ons lijstje met Australische dieren. De camping had zelf een leuke wandelroute uitgestippeld, het was mooi weer en na even wandelen kwamen we ook een soort ‘survival’ parcours tegen dat we natuurlijk moesten uitproberen. Maar hoewel we goed om ons heen keken konden we nergens koala’s vinden. Ik was een beetje teleurgesteld toen we weer terug de berg opliepen want dit is een van de weinige regio’s in Australië waar je deze dieren nog in het wild kan zien. En net toen we (of meer ik) de hoop verloren, keek ik omhoog en zag daar een koala hangen. Hij hing een beetje verscholen, maar het was zo cool om ook dit dier gewoon in het wild te zien. Een echte goede foto konden we niet maken, maar ik was toch heel blij dat we er tenminste een hadden gevonden.
Na onze wandeling besloten we toch nog even richting Adelaide te rijden om naar de bioscoop te gaan en wat te gaan eten. De dag erna was het helaas al weer tijd voor ons om Adelaide te verlaten en weer verder richting Sydney te trekken.