Coober Pedy

Met een kwakkelende Harrie reden we South Australia in. Een staat waar we niet zoveel van wisten en dus ook niet zoveel van verwachten. Maar ons bezoekje aan het buitenaards aandoende Coober Pedy veranderde op slag onze mening over deze omgeving.

Als je had verwacht dat de route na Uluru spannender zou worden, dan dacht je dat verkeerd. Mijn god wat is er veel niks in Australië. Dat is een bijzondere ervaring, om je te beseffen dat er in een omtrek van tweehonderd, driehonderd of misschien wel vierhonderd kilometer helemaal niks is. Maar het zijn niet per se spannende kilometers om te rijden. Zeker nadat we South Australia in waren gereden, hebben we ons flink wat uren zitten te vervelen. Want zelfs de begroeiing naast de weg was daar maar zeer minimaal. Op een gegeven moment deed het landschap zelfs een beetje ‘buitenaards’ aan. Alsof we per ongeluk op de maan waren beland. En net op dat moment kwam Coober Pedy voor ons in beeld.

Als je Coober Pedy in rijdt lijkt het oprecht alsof je het filmdecor van Star Wars of Mad Max in rijdt. Het ligt op zo’n 750 kilometer afstand van Uluru en daarmee aan de rand van de Simpson Desert. Er is dus een hele hoop zand, stof, vliegen, hitte en niks. Maar het bijzondere aan dit dorpje is dat zo’n zeventig procent van de bewoners onder de grond leeft. Jazeker onder de grond. Of in uitgehakte grotten die ze zelf hebben gemaakt. De simpele uitleg voor deze vreemde huisvesting is dat het onder de grond of in grotten vele malen kouder is. Het is hier het hele jaar warmer dan 30 graden en in de zomer tikt het kwik makkelijk de vijftig graden aan. Daar is een airco amper tegen opgewassen, om nog maar niet te spreken over wat dat per jaar kost.


Het dorp heeft hierdoor een hele bijzondere sfeer. Gezellig kan je het niet noemen. Maar het je hebt echt het gevoel dat je op een andere planeet bent, waar je een nederzetting van de lokale bewoners bent tegen gekomen. Niet vreemd dus dat hier veel films (zoals bijvoorbeeld Mad Max) zijn opgenomen. Het dorpje staat ook bekend als de ‘opal town of Austrlia’. Er zit veel waardevols in de grond en dus zie je in en om het dorp opgraaf plaatsen waar enorme machines de hele dag staan te graven.

We besloten voor deze avond maar op een betaalde camping te slapen. Daar had je ook de mogelijkheid om onder de grond te slapen, alleen dan zouden we in een enorme grot liggen zonder tent. Daar hadden we niet zoveel zin in en dus kozen we er toch voor gewoon boven de grond, in Harrie, te slapen. De baas van de camping keek ons een beetje vreemd aan dat we niet lekker koel beneden wilde slapen en wenste ons veel plezier in de hitte. Eenmaal Harrie neergezet en buiten op een stoeltje plaatsgenomen bleek dat hij ons beter had veel succes met de vliegen had kunnen wensen. Want die waren er in overvloed. Ik heb het al eerder gezegd, maar de Australische vlieg is het vervelendste dier dat er bestaat.

Later in de middag wilde Danny toch nog een paar dingen in de buurt van Coober Pedy bezoeken en dus gingen we op pad. Als eerst gingen we naar de Kanku Breakaways, een groot natuurpark op een paar kilometer afstand van het dorp. De weg erheen was onverhard, maar gelukkig wel van een redelijke kwaliteit dus zelfs Harrie kon het aan. We kwamen er na een kleine kilometer achter dat je eigenlijk een soort vergunning moest hebben om het park in te rijden, die hadden we niet en het informatiecentrum waar je deze moest halen was al dicht. We besloten de gok maar te nemen dat ze zo laat op de dag niet meer zouden checken of iedereen een vergunning had. Coober Pedy voelde dus al een beetje buitenaards aan, maar de Kanku Breakaways bevestigde dit beeld nog maar eens. Ik kan niet eens zo goed uitleggen wat je er ziet, het is leeg, wijds en mooi tegelijk.

Nadat we hier wat mooie plaatjes hadden geschoten zijn we doorgereden naar het beroemde Dingo Fence. Dit hek vraagt een beetje uitleg. South Australia staat bekend als ‘the sheep state’. Ze hebben hier veel schapenhouders en het is een belangrijke bron van inkomsten voor veel mensen. In het noorden van Australië (vooral in Queensland en Northern Territory) heb je dingo’s. Een soort wilde honden. Tegenwoordig zijn er niet veel dingo’s meer over in Australië, maar vroeger had je veel roedels. Die trokken op hun zoektocht naar eten naar het zuiden, want daar woonde allemaal lekkere schaapjes. Om dit tegen te gaan bouwde Australië in 1880 een enorm hek van wel 5300 kilometer (!) dat maar liefst door drie staten loopt. Op deze manier konden dingo’s niet meer bij de schapen komen en waren de boeren blij.

Wij zagen natuurlijk maar een klein stukje van het hek, maar om te bedenken dat dit duizenden kilometers lang is en het nog steeds de weinige dingo’s tegenhoud die naar South Australia willen, dat is bizar. Met de zon die onder ging reden we weer richting Coober Pedy. Waar we op een uitkijk punt nog een mooi uitzicht hadden over het dorp.

De volgende dag vertrokken we alweer vroeg in de ochtend om het maanlandschap achter ons te laten en bijna weer in de groene bewoonde wereld aan te komen.

Plaats een reactie