Na de hitte en natuur van Darwin en Katherine, reden we naar het midden van Australië om de beroemde berg Uluru te bezoeken. Voor we daar waren hebben we heel wat kilometers afgelegd door ‘the red centre’. Zo deden we onder andere Tennant Creek, Alice Springs en the Devils Marbles aan.
The Red Centre dankt zijn naam aan het feit dat je, je echt midden in Australië bevind en aan het rode zand dat je daar op vele plekken vindt. Het idee dat ik van tevoren had, was dat het alleen maar rood zand is. Dat is niet zo. Je komt het geregeld tegen, maar net zo vaak is het gewoon bruin zand of stof. Wat helpt is dat er in deze omgeving weinig begroeiing is en de begroeiing die er is bestaat vaak uit vale groene of bruine kleuren. Daardoor doet alles een beetje roodbruin aan.
Nadat we wegreden uit Mataranka moesten we ruim vijfhonderd kilometer ‘terug’ rijden om Tennant Creek te bereiken. Er gaat maar een grote weg naar Darwin en die moet je dus ook weer helemaal afrijden als je weg wilt uit Northern Territory. Het eerste teken van leven dat we in die vijfhonderd kilometer tegen kwamen was het dorpje Tennant Creek. Hier hadden we van tevoren veel slechte verhalen over gehoord, net als over Alice Springs trouwens. Er wonen in the red centre veel meer Aboriginals dan in de rest van Australië en die slechte verhalen hebben allemaal betrekking op de Aboriginal bevolking. Zo zouden kleine kinderen de ramen van je auto inslaan als ze ook maar een klein waardevol object zien. Ik weet nooit zo goed wat ik van deze verhalen moet vinden. Ergens zijn ze natuurlijk op waarheid berust en die dingen zullen echt wel gebeuren, maar ik zie hier in Australië ook wel dat de Aboriginal mensen echt in een bepaald hoekje worden gedrukt. Daarnaast zijn racisme en discriminatie hier in de samenleving (vooral in de Outback) nog volop aanwezig in de samenleving. Er zijn een hoop witte Australiërs die geen goed woord over hebben voor de oorspronkelijke bewoners van hun land. Ik vraag me dus vaak af of al die verhalen ook niet erg worden aangedikt.
Maar goed, terug naar ons bezoekje aan Tennant Creek. Hoewel ik een beetje huiverig was, leek er niet echt een reden toe te zijn. De ramen werden niet ingeslagen en we zijn veilig en wel weggekomen. Ons eerste echte uitstapje in the red centre was naar de Devils Marbles. Dat zijn grote, vaak ronde, rotsblokken die her en der verspreid liggen in een klein natuurpark. Daar slaat de naam vermoed ik ook op want het lijkt echt alsof iemand ze willekeurig heeft neergestrooid, zoals je met knikkers doet.
De rotsen bestaan uit een andere steensoort dan de grond of de bergen in de omgeving. Dit komt door een natuurverschijnsel dat miljoenen jaren geleden is begonnen, toen de oppervlakte van de aarde nog een vloeibare buitenkant had. Het precieze verhaal weet ik niet meer, maar het komt erop neer dat die rotsen daar gestold zijn en dat de aardkorst zich toen sloot waardoor het maar op een paar plekken voorkomt. Sowieso zie je dit soort eeuwenoude natuurfenomenen op veel plekken in Australië en dan voornamelijk in het uitgestrekte centrum. Dit komt denk ik omdat in dit gebied nooit mensen hebben gewoond. Er hebben we Aboriginal stammen gewoond natuurlijk, maar die trokken rond en hebben de bodem dus niet eeuwen lang grondig bewerkt zoals wij dat in Europa wel hebben gedaan.
Na de Devils Marbles was het tijd om naar Alice Springs te rijden, een stad waar we al veel over hadden gehoord. Ik moet eerlijk zijn: het viel ons alles mee! In de aanloop naar onze trip hebben we vaak gehoord dat de stad niet zo interessant zou zijn, maar we hebben er een fijne twee dagen gehad. Eerlijkheid gebiedt te zeggen dat we niet enorm veel rondgekeken hebben in de stad zelf, maar we hebben toch wat café bezocht en zijn ook naar de bioscoop geweest. De hoofdstraat in het centrum had veel leuke tentjes en er hing een gezellige sfeer.
Na twee dagen rond te hebben gekeken in Alice Springs zijn we weer doorgereden. Het was tijd om de werkelijke reden van onze trip dwars door Australië te gaan bezoeken, namelijk de beroemde berg Uluru.