Litchfield

Na een paar fijne dat in Darwin, was het tijd om weer echt op reis te gaan. Onze eerste stop was national park Litchfield dat vlakbij Darwin ligt. Daar vermaakte we ons bij de vele watervallen.

In de buurt van Darwin liggen twee bekende natuurgebieden: Kakadu National Park en Litchfield. We hadden over beide goed verhalen gehoord, maar besloten voor Litchfield te kiezen omdat dat gratis te bezoeken was en je kon de meeste dingen bezoeken met een bus, terwijl je in Kakadu zo’n veertig dollar entree moest betalen en voor veel activiteiten een 4WD nodig had.

In Litchfield vind je vooral watervallen en mooie hike tracks. Het is maar goed dat er zoveel zwemmogelijkheden zijn in Litchfield want zonder verkoeling hadden we het niet overleeft. Het was begin oktober en dat betekent dat het ‘natte seizoen’ elk moment kon beginnen. Oftewel het was heet en vochtig. Dan is het wel fijn om na een wandeling even in het koude water te springen voor wat verkoeling.

De eerste waterval die we bezochten was de Wangi fall. Veel Australiërs hadden op deze warme zondag hetzelfde idee als wij, het was dus best druk. Daarom kozen we ervoor om eerst de walk track te doen die om de waterval heen loopt. Je had op veel punten in de track in mooi uitzicht over de omgeving en via een bruggetje over de rivier had je een mooi uitzicht over de waterval zelf. Ondanks dat de track zelf niet lang duurde of zwaar was, liep het zweet na een tijdje in straaltjes van me af. Tijd om na de wandeling een verfrissende duik te nemen in het water. Gelukkig kon dat nu nog, over een paar weken als het ‘natte seizoen’ echt begint, moeten ze dit soort zwemplekken sluiten omdat er dan kans is dat er krokodillen in het water zitten.

Vrij van enige krokodillenzorgen zwommen we eerst naar de grote waterval om daar te proberen om eronder te zwemmen. Daarna zwommen we naar de kleinere waterval. Hier kwamen we erachter dat als je iets naar boven klom op de rotsen dat zich daar een klein rots zwembad was gevormd. Je kon er niet in staan, maar het was fijn om er eventjes in rond te dobberen. Daarna zwommen we terug naar de kant. Daar was het tijd voor een snelle lunch en om vervolgens door te gaan naar de volgende plek.

Dat was Buley Rockhole, ook een waterval maar dan eentje  waar het water van hoog naar beneden valt, maar waar het water allerlei niveaus heeft uitgesleten in de bedding. Het was super helder water en omdat we al wat later op de dag kwamen was het ook niet zo druk. We hebben ons een hele tijd vermaakt met in het water springen en onder de waterval zitten. We ontmoette daar ook een Australisch stel waar we even mee gekletst hebben en die ons weer extra tips hebben gegeven voor als we ook de westkust gaan doen.

We hadden nog een waterval die we graag wilde bezoeken in Litchfield, maar doordat het al laat in de middag was besloten we om dat de volgende dag te doen. Vlakbij die waterval was ook een camping waar je voor een klein bedrag per nacht mocht staan. Er waren zelfs douche’s en een plek om je afwas te doen, een hele luxe op zo’n national park camping. Het enige probleem in Litchfield was dat je nergens je afval kon weggooien. Je moest alles bij je houden en dan zelf mee het park uitnemen. Ergens logisch natuurlijk, maar met een temperatuur van rond de veertig graden en waar het ’s nachts niet echt afkoelt was het niet ideaal. We hadden die dag en nacht sowieso last van de hitte. We hadden dan wel verkoeling gehad in het water, maar omdat het in het noorden nauwelijks afkoelt ’s nachts, veranderde Harrie in een soort van oventje. Uiteindelijk besloten we de zijdeur open te houden en uiteindelijk hebben we de hele nacht met de deur open geslapen.

Die ochtend wilde Danny graag eerst naar de waterval om direct wat af te koelen, want de temperaturen liepen ’s ochtends alweer snel op. En dus liepen we vanuit onze camping naar de Florence Falls. Het was nog redelijk vroeg en dus niet super druk. Daarnaast lag de waterval een beetje beschut in het bos, wat het de ideale plek maakte om onze dag te beginnen. Nadat we wat hadden rond gezwommen, vermaakte we ons een hele tijd met kijken naar de vissen die steeds dichterbij zwommen om ze dan uiteindelijk weg te jagen omdat ze wel heel dichtbij kwamen.

Na onze ochtendduik en het ontbijt zaten we een beetje te denken wat we de rest van de dag konden doen. We hadden eigenlijk alles wel gezien wat we wilde zien in Litchfield, maar we twijfelde of we direct weg wilde. Uiteindelijk stelde Danny voor om terug te gaan Buley Rockhole omdat dat zo fijn was geweest de dag ervoor. Het was er nu veel drukker, maar we ontdekte ook dat we de dag ervoor alleen bij het einde hadden gezwommen. Als je verder naar boven liep had je allerlei kleine ‘holes’ waar je in kon zwemmen. Het water heeft deze plekken in de jaren uitgesleten waardoor ze heel diep zijn en dus kan je er goed in duiken en van de rotsen af springen. En dus vermaakte we ons door op bijna elk niveau even te zwemmen en van de rotsen af te springen.

Na twee uur zwemmen, vonden we het mooi geweest en wat het tijd om Litchfield weer achter ons te laten. Het was tijd om weer een beetje af te zakken en naar Katherine te gaan.

Plaats een reactie