Gili Gede

Na anderhalve week verlieten we Bali en zetten koers naar Lombok, of eigenlijk naar het eiland Gili Gede. Een paar dagen om vooral lekker niks te doen zo hadden we bedacht. Maar het ons verblijf daar verliep niet geheel vlekkeloos.

Om vanuit Bali naar Lombok te komen heb je een paar opties: je kan met het vliegtuig gaan, dat duurt als je geluk hebt zo’n 20 minuten en kost het je maar een dollar of 20. Je kan een fast ferry nemen, dat duurt ongeveer een uur en kost rond de zeventig dollar of je neemt de lokale ferry, dat duurt zes uur en je bent maar vier dollar kwijt. Over de lokale ferry hadden we gemengde verhalen gehoord, het duurt natuurlijk lang en ook zou het niet per se comfortabel reizen zijn. Maar wij vonden zeventig dollar de man echt duur voor de fast ferry als we ook een optie hadden voor vier dollar. Dus avonturiers als we zijn, gingen we met de lokale ferry.

Eerlijk gezegd snap ik niet zo goed waarom we zoveel gemengde verhalen lazen over de ferry want het was gewoon een prima tochtje. Het was een grote boot met veel plek en zelfs kamer met een soort harde bedjes waar je kon slapen. Ja het meubilair was een beetje gedateerd en versleten maar de stoelen zaten prima en er was genoeg ruimte. Er waren maar een handjevol toeristen op de ferry en het was dus eigenlijk wel een leuke ervaring om echt onder de lokale bevolking te zijn. De hele rit (of vaart hoe noem je dat) speelden ze op grote schermen films af met soms redelijke engelse ondertiteling dus zelfs voor de paar toeristen goed te volgen. Het enige nadeel was dat het zo ellendig lang duurt en dan bedoel ik niet het varen zelf. We zaten om 10 uur keurig in de boot maar die begon pas na 1,5 uur te varen, waarschijnlijk omdat hij toen pas helemaal vol zat of in ieder geval genoeg gevuld was. Het varen zelf duurde niet eens zo lang, rond 14 uur zagen we de Lombokse haven al liggen. Maar toen duurde het vervolgens ook nog anderhalf tot twee uur voordat we konden aanmeren.

Maar goed toen waren we dus eindelijk in Lombok. Daar viel direct een klein verschil op met Bali, want waar de taxichauffeurs je daar in rijen staan op te wachten, hadden we hier moeite met een taxichauffeur vinden en toen we er een vonden vroeg die een absurd hoge prijs. Daarna belanden we in een soort gesprek met zijn baas die wel een lagere prijs aanbood maar ook nog aan de hoge kant, maar toch zaten we vijf minuten later in de taxi. We legde er ons maar gewoon bij neer, het was al aan het eind van de middag en we moesten nog naar het eiland dus we hadden ook niet zoveel keus.

Uiteindelijk bracht de taxi ons naar een klein strand en vanaf daar gingen we met een bootje naar Gili Gede. Gili Gede is een van de 26 gili eilanden die voor de kust van Lombok liggen. Je hebt drie bekende Gili eilanden namelijk: Trawangan , Meno en Air. In eerste instantie hadden we ook een hotel op een van deze eilanden geboekt maar na de aardbeving eind augustus werd onze boeking geannuleerd omdat er veel schade was bij het hotel. Gili Gede ligt zuidelijker en daardoor had de aardbeving dit eiland niet echt getroffen. Het eiland is nog niet zo bekend onder toeristen en er zijn maar een paar hotels op het eiland, ideaal dus om aan al het toerisme van de afgelopen weken te ontsnappen.

Bij aankomst op Gili Gede stapte we zo het eerste ‘dorpje’ binnen. De mensen die op het eiland wonen zien steeds meer witte toeristen maar voor hen is het toch nog bijzonder. In die paar dagen op het eiland vroegen verschillende locals ook of ze met ons op de foto mochten en soms bleven mensen even staan om naar ons te kijken als we voorbij liepen. Een ander groot verschil met Bali is dat Lombok (zoals de rest van Indonesië) grotendeels een Islamitische bevolking heeft en dus ook Gili Gede. Ons hotel stond redelijk dicht bij een moskee en de eerste morgen werden we om vijf uur gewekt door de minaret.

Ons hotel lag op een berg en gaf een prachtig uitzicht tijdens zonsondergang. Het was een ecologisch hotel dus alles was gebouwd van gerecycled of gevonden hout, de stroom kwam van zonnepanelen en het water kwam uit een zoetwater bron maar werd alleen door de zon opgewarmd. Het allerfijnst was dat we weer een huisje hadden en dat we ’s nachts in slaap vielen met het geluid van de golven en als we de deuren open deden stonden we bijna in de zee. Ik vond het bijzonder om een keer in zo’n soort hotel te slapen en het voelde ook wel goed dat je zo min mogelijk misbruikt maakt van de natuur.

De eerste dag begon met een lekker ontbijtje met uitzicht op zee en de bergen in de verte. Ik voelde me een beetje verkouden raar genoeg, maar we besloten toch om een wandeling over het eiland te maken. Gili Gede betekent Groot Eiland omdat dit het grootste van de 26 gili eilanden is. Het is zo’n vijf vierkante meter groot en je kan een wandeling over het hele eiland maken maar wij raakte een beetje vast in een soort moeras. Bij toeval vonden we toen het Kokomo resort dat pretendeert een luxe hotel te zijn. Zij hadden een stijger waar boten konden aanmeren, maar wij hadden het zo heet dat we besloten om daar even te gaan zwemmen in het helder blauwe water.

Bij terugkomst in het hotel ging ik me steeds slechter voelen. Ik had hoofdpijn, was mega moe en moest uiteindelijk ook overgeven. We wisten niet echt wat het kon zijn en ik wilde op een bepaald punt alleen maar slapen want als ik wakker was voelde ik me slap en lusteloos en begon alles te draaien. Die avond ging Danny dus alleen eten in het restaurant van het hotel en hij ging even vragen om wat paracetamol voor mij. Een Nederlandse mevrouw die ook in het hotel verbleef hoorde hem de situatie uitleggen aan de medewerker en kwam met het reddende middel en antwoord. Ze had ons die ochtend al zien lopen met maar een flesje water en had al vermoed dat dit een beetje weinig was. Waarschijnlijk was ik een beetje uitgedroogd. Ze gaf Danny een zakje ORS en raadde hem aan dat ik dat moest drinken en ook een blikje cola om de mineralen weer aan te vullen. En ze had gelijk, na het zakje ORS en twee blikjes cola voelde ik me steeds wat beter.

De volgende dag besloten we het nog wel rustig aan te doen, ook omdat er gewoon niet zoveel op het eiland te doen is. Het hotel organiseerde wel wat rondvaarten naar andere eilanden enzo, maar dat was allemaal best wel duur en we hadden ook niet zo’n zin in gedoe. Dus in de ochtend childe we bij het hotel en ’s middags gingen we snorkelen in de zee voor ons hotel. De zee is daar voor lange tijd ondiep en daarom bijzonder warm. Het is echt alsof je in een bad stapt. Maar na twintig meter half zwemmen half kruipen door het ondiepe water kwamen we bij het rif uit. We konden super veel mooie vissen zien en het was gek om te beseffen dat dit zo dichtbij het hotel ligt.

Die avond besloten we om niet bij het hotel te eten maar bij een restaurant aan de andere kant van het eiland. Ik had er veel goeds over gelezen en het was ook een leuke manier om het eiland verder te verkennen. Het was een lange wandeling, maar het was een leuk restaurantje waar we ook nog konden chillen in lekker zitzakken. Het was inmiddels al donker geworden en we besloten richting huis te lopen en toen bleek dat ook Gili Gede er bijzonder veel wildlife op na houd. We liepen rustig weg vanuit het restaurant toen ik opeens een grote krab zag oversteken. Bleek het hele eiland vol met deze beesten te zitten en de een was nog groter dan de andere. Overdag hadden we ze niet gezien want het blijken dus nachtdieren te zijn. Ik ben overdag al niet zo’n fan van krabben, maar dan kan je ze tenminste goed zien. Nu kwamen ze aan alle kanten uit de grond en we zagen overal dingen bewegen en omhoog kruipen. Voor mijn gevoel was het de wandeling from hell.

De volgende dag was onze laatste hele dag op Gili Gede en we wilde eigenlijk niet zoveel meer doen. In de ochtend childe we weer bij het hotel en we besloten bij het Komodo resort te gaan lunchen. Daar hadden ze weer eens wat anders dan nasi en noodles wat ook fijn was en dus bestelde we allebei een broodje. Tegen de middag begon Danny zich opeens veel slechter te voelen, hij zweette erg en moest ook overgeven. We kwamen al snel tot de conclusie dat hij door dat broodje waarschijnlijk een voedselvergiftiging had opgelopen. De volgende dag voelde hij zich nog steeds slecht omdat hij bijna niet geslapen had en veel had moeten overgeven. Maar juist vandaag moesten we terug naar Australië. Eerst met een bootje weer terug naar Lombok en toen met het vliegtuig vanuit Lombok naar Bali en vanuit Bali terug naar Darwin. Zo’n reisdag houdt in dat je ook veel moet wachten, zeker omdat we pas ’s nachts terug naar Australië vlogen. Maar gelukkig voelde Danny zich steeds een beetje beter en met kleine slaapjes op de vliegvelden redde hij het een beetje. En toen stonden we na veertien dagen in Bali, met precies twee uur slaap in onze mik weer op Australische bodem.

Plaats een reactie