Ubud

Na het hectische en toeristische Kuta gingen we naar Ubud, een stadje in het binnenland van Bali. In ons fijne hotel en de fijne omgeving van Ubud vonden we meer rust. In Ubud zagen we ook nieuwe en oude vrienden terug.

Ubud is een hele bekende plek in Bali, dus toen we er zaterdagmiddag aankwamen bleek dat het hier ook vooral ingericht was om toeristen te behagen. Toch hing er voor mijn gevoel al een andere sfeer dan in Kuta. Het straalde meer rust uit. Ons hotel was daar een goed voorbeeld van. Het was een klein hotel met maar een stuk of 10 kamers. Een deel van de kamers waren in het ‘hoofdgebouw’ en een deel waren afzonderlijke huisjes. Wij hadden zo’n huisje. Het had een klein ‘tuintje’ dat uitkeek op de rijstvelden van het hotel (waarschijnlijk aangelegd voor de toeristen die dat zo’n mooi gezicht vinden), we hadden een grote mooie badkamer en een fijn bed dat uitkeek op ons ‘tuintje’. Alles in het hotel was met elkaar verbonden door kleine paadjes waarlangs van alles groeide en bloeide. De perfecte plek dus om uit te rusten na het drukke Kuta.

Na ons geïnstalleerd te hebben in onze kamer gingen we in Ubud op zoek naar een plekje om te lunchen. Dat was niet moeilijk want het stikt in Ubud van de leuke eettentjes en cafés. Bij toeval liepen we na een paar minuten Sean en Anam al tegen het lijf, mijn Britse collega’s van Wendy’s. Het was niet helemaal toevallig, ik wist dat ze ook in Ubud waren en we zouden elkaar later die dag ook zien maar het was toevallig dat we ze nu al tegen het lijf liepen. We spraken met hen af dat wij gingen lunchen en dat we elkaar daarna weer zouden opzoeken. Al snel vonden Danny en ik een leuk plekje om te eten. Het viel me in Ubud op dat alle restaurants, barren en cafés tot in de puntjes gestyled waren. Overal kon je wel tien instagramwaardige foto’s maken en dat is denk ik ook de reden dat al die horeca gelegenheden dat doen.

Na de lunch kwamen Sean en Anam ons weer opzoeken en gingen we naar een cafétje om bij te praten over de afgelopen maanden. Sean en Anam hebben Wendy’s in Darwin verlaten en zijn toen langs de westkust verder gereden. Inmiddels is hun avontuur in Australië ten einde, maar ze waren het reizen nog niet moe en dus hebben ze nog een hele rondtrip door Zuidoost Azië gepland. Het was heel fijn om hen weer te zien, om herinneringen op te halen en elkaar bij te praten over mijn laatste maanden bij Wendy’s en hun laatste maanden in Australië. Ook vond ik het fijn dat Danny hen eindelijk leerde kennen. Tot nu toe had Danny al mijn collega’s ontmoet, behalve Sean en Anam omdat ze elkaar steeds mis waren gelopen. Nu kon Danny eindelijk zien met wie ik zo’n tijd had opgetrokken en zij konden eindelijk zien over wie ik altijd praatte toen we nog bij Wendy’s werkte. Na de drankjes gingen we op zoek naar een leuk tentje om te eten. We vonden er eentje vlakbij ons hotel, de ‘Why Not’ bar. Het eten was er goedkoop, ze hadden lekkere cocktails, de sfeer was goed en toen er na het eten ook nog een band begon te spelen was het helemaal een geslaagde avond. Nadat we nog een ijsje hadden gegeten namen we weer afscheid van Sean en Anam. Het was een beetje een raar gevoel om weer afscheid van hen te nemen. Misschien zouden we ze nooit meer zien en als we elkaar weer zien is dat waarschijnlijk over een hele tijd pas, als we allebei weer in Europa zijn. Maar toch was ik blij hen weer even gezien te hebben en ook blij dat het direct weer zo goed klikte.

De volgende dag wilde we eigenlijk weer een scooter huren, maar Danny werd wakker met flinke rugpijn, dus dat leek ons uiteindelijk toch niet zo’n goed idee. In plaats daarvan besloten we Ubud zelf een beetje te ontdekken. Als eerste gingen we naar het Monkey Forest, dat op 20 minuten lopen van ons hotel lag. Het Monkey Forest is een van de bekendste en meest bezochte activiteit in Ubud. De naam zegt al genoeg: het is een stuk bos waar honderden apen vrij rond lopen. Je kunt er met ze op de foto als je wilt en ze ook voeren. Ik moet eerlijk zeggen dat ik die apen in het begin maar eng vond. Ze kunnen zomaar op je springen of je beklimmen. Het bos zelf is trouwens ook wel het bezoeken waard, je hebt prachtige grote bomen en veel tempelachtige gebouwtjes. Aan het eind van de wandeling zaten we nog even uit te rusten op een bankje toen een ranger daar apen ging voeren. Opeens kwamen ze uit alle hoeken en gaten onze kant op en tot mijn grote vreugde ook een paar babyapen. Na veel stilzitten en de aapjes proberen naar ons toe te lokken, lukte het me eindelijk dat er een klein babyaapje op mijn been ging zitten. Danny is gedurende het kwartier daarna ook bezig geweest met het babyaapje mooi op de foto te zetten.

Daarna wisten we eigenlijk niet zo goed wat we moesten doen, we gingen lunchen en bedachten wat we zouden kunnen doen. Bali staat bekend om het relaxen en massages horen daar ook bij. Je kunt op bijna iedere straathoek wel een massage krijgen. Omdat Danny nog steeds last van zijn rug had en ik wel benieuwd was naar zo’n massage gingen we naar een salon in de buurt van ons hotel. Ik moet zeggen dat wij niet zo’n helden zijn met dit soort dingen. Je moet ervan ontspannen, maar wij liggen altijd alleen maar heel hard te denken: doe ik het goed, is dit raar, ben ik al ontspannen, hoort dit erbij? Uiteindelijk was het gelukkig ook ontspannend, maar ik moest er wel echt even inkomen. Terwijl we terugliepen naar ons hotel begon het te regenen, eerst een beetje maar al snel kwam het met bakken uit de lucht. Het was voor het eerst in maanden dat Danny en ik weer regen zagen en dus vonden we het helemaal niet erg. In onze hotel kamer besloten we lekker in bad te gaan en het raam open te zetten zodat we het buiten zagen regenen.

Op onze laatste dag in Ubud huurde weer een scooter om naar de rijstterrassen te gaan. Al na een minuut of twintig waren we er, maar ik moet zeggen het viel ons flink tegen. Ik had veel foto’s gezien van de rijstvelden en dan lijkt het alsof mensen er lekker doorheen wandelen en dat het er mooi en rustig is. De werkelijkheid is dat er honderden toeristen door die velden ploegen en ze willen allemaal maar één ding en dat is de mooiste instagramfoto maken. Ik had ook gezien dat er een schommel was, maar eenmaal in de velden zag ik wel tien schommels waar allemaal rijen achter stonden en waarbij het toch ongeveer tien dollar koste om vijf keer op en neer te schommelen. Gelukkig werd het minder druk toen we dieper de velden in trokken en boven op een berg waren twee mannen die allerlei thee en koffie hadden en je mocht gratis kleine beetjes proeven. Toch was het niet de ochtend die we in gedachten hadden en dus trokken we op onze scooter dieper het binnenland in. We gingen zo hoog de bergen in dat ik het zelfs koud kreeg in mijn zomerse outfit. Maar uiteindelijk hadden we wel uitzicht op een loeigrote vulkaan die zo te zien niet heel lang geleden was uitgebarsten.

Daarna besloten we terug naar Ubud te gaan om even af te koelen in het zwembad en ons klaar te maken voor de avond want dan zouden we Teun en Ilse na een half jaar weer terug zien! Na onze leuke avond in de ‘Why Not’ bar met Sean en Anam hadden we besloten om Ilse en Teun daar ook mee naartoe te nemen. Het was heel fijn om weer mensen uit Nederland te zien en het was direct ook weer heel gezellig. Na het eten gingen we nog even in het hotelkamer van Ilse en Teun wat drinken. Zij hadden de hele dag gereisd en waren daarom dus erg moe en dus besloten we ze uiteindelijk maar weer alleen te laten zodat ze een beetje bij konden slapen, om de volgende dag met z’n alle naar Sidemen te vertrekken.

Plaats een reactie