Sidemen

Na drie fijne dagen in Ubud gingen we samen met Ilse en Teun op weg naar Sidemen. Hier nam het toerisme drastisch af en de natuur drastisch toe. Met Ilse en Teun hadden we een paar fijne dagen in Sidemen en voelde thuis even heel dichtbij.

Nadat iedereen had uitgeslapen en Ilse een winkel vol sierraden had leeggekocht in Ubud, propte we ons met z’n vieren in een taxi en gingen op weg. Sidemen is een minuscuul dorpje in het binnenland van Bali. Het dorpje zelf is niet zo bekend en dus was het een stuk minder toeristisch dat Ubud en Kuta. Toen we bij ons hotel aankwamen was het meteen duidelijk dat we hier goed tot rust konden komen. Het hotel lag midden tussen de rijstvelden en je had 360 graden zicht op een en al groen. Aan het einde van de middag trokken de wolken weg en toen bleek dat we ook nog eens uitkeken op een vulkaan.

Die eerste dag hebben we het rustig aangedaan. We hebben lekker geluncht in het restaurant van het hotel waarbij je opnieuw een prachtig uitzicht had op de omgeving. Verder verkende Danny, Ilse en ik het dorp alvast maar daar viel eigenlijk niet zoveel te bleven. Het probleem met dit niet zo toeristische gebied is dat er dus ook niet zoveel restaurants en barretjes zijn. In ieder geval niet in de hoofdstraat van het dorp. De rest van de middag hebben we in het zwembad gehangen en een prachtige zonsondergang vanuit het zwembad gezien.

De volgende dag was het tijd om een scooter te huren. Als eerste bezochten we een zwart strand op ongeveer drie kwartier scooteren van Sidemen af. Het was een gekke ervaring, te meer omdat het een zwaar vervuild strand was daardoor je eerst moest kijken of het niet gewoon zwart was door al het vuil. Maar nee, dit was echt vulkanisch zand. Daarna vertrokken we naar Blue Lagoon wat met recht een stukje paradijs genoemd kan worden. Deze baai heeft helder blauw water, palmen en een prachtig wit strand. Je kon er blijkbaar ook goed snorkelen, want overal waren mensen die erop aandrongen dat we snorkels zouden huren. Uiteindelijk maakte Danny een deal met een vrouw zodat we in plaats van 20 dollar voor vier snorkels, maar tien dollar hoefde te betalen. Dat was maar goed ook want de snorkels waren zo lek als een mandje. Bij iedereen kwam er wel water door de bril of ging de snorkel soms dichtzitten. Maar goed, al met al konden we toch mooi onderwater kijken naar de mooie kleurrijke vissen en het rif dat er lag.

Na het snorkelen was het tijd om even te lunchen. We vonden een leuk café vlakbij de lagoon. Daar lieten we Ilse en Teun (per toeval) kennis maken met een Australisch gerecht dat je weliswaar direct obesitas geeft, maar waar we stiekem toch wel van houden namelijk een Chicken Parmi of Parmizane zoals het officieel heet. Kort gezegd is het een kip schnitzel met een laag tomaten of bolognese saus, ham en nog wat mozzarella of kaas. Je ziet het, geen gerecht om elke dag te eten maar als je er ooit een hebt (in Australië vaak ook nog formaatje deurmat) wel heel lekker. Bijkomend voordeel is dat je vaak de rest van de dag niks meer hoeft. Naast het eten hebben we ook gezellig met elkaar zitten kletsen. Het is was fijn om weer mensen van thuis om ons heen te hebben, die iedereen kennen die wij ook kennen en om gewoon te praten over alledaagse dingen waar wij nu al zo lang van weg zijn.

Na de lunch was het tijd om naar een tempel te scooteren die hoog in de bergen lag, vlakbij de vulkaan die we ook vanuit ons hotel konden zien. De scooterrit naar die tempel toe is met stip de mooiste die ik ooit heb gemaakt. We reden steeds hoger zodat je achter ons een fenomenaal uitzicht over Bali had en steeds dook de vulkaan weer op tussen de rijstvelden en al het groen. Uiteindelijk waren we best laat in de middag bij de tempel en er bleek een heel protocol te zijn om de tempel in te gaan, dus dat hebben we niet meer gedaan. Wel hebben we nog even een fotoshoot gehouden voor de vulkaan. En tijdens onze terugrit ging de zon onder wat voor nog meer prachtige plaatjes zorgde.

’s Avonds wilde we graag ergens anders eten dan bij het hotel, maar zoals eerder gezegd is Sidemen niet echt een groot toeristisch dorp. Toch zouden er wel wat goede restaurantjes moeten zijn, tenminste dat beweerde TripAdvisor. En dus gingen we op pad, het was nog best een ontdekkingstocht om door het donker door het dorp en uiteindelijk zelfs uit het dorp te lopen, maar uiteindelijk vonden we het restaurantje en hebben we er lekker gegeten. Ook hebben we veel lol gehad met onze ober, hij had allerlei bedrijfjes: van tourtochten door de rijstvelden tot een taxibedrijf. Hij had een bril die net niet verhulde dat hij volgens mij bijziend was, waardoor hij alles van heel dichtbij moest bekijken.

De volgende dag was de laatste hele dag van Ilse en Teun. We hadden een wandeling door de rijstvelden gepland. In aanloop naar de wandeling zeiden we wel honderd keer tegen elkaar: ‘we moeten echt niet op het heetst van de dag gaan wandelen’. Maar uiteindelijk kregen we het toch voor elkaar om tussen 10 en 13 uur te gaan wandelen, oftewel: het heetst van de dag. Van het hotel kregen we een kaart die ze zelf getekend hadden en die schematisch voor geen centimeter klopte, maar door de uitleg van de jongen achter de receptie kwamen we toch een eind. Het werd vooral leuk toen we over het irrigatiesysteem de velden in gingen lopen. Dit was in alle opzichten leuker en beter dan de rijstvelden van Ubud. Dit waren echte rijstterassen, waar werd gewerkt en die niet alleen voor de mooie instragamfoto’s waren aangelegd. Elke hoek die we omgingen bood weer een nieuw uitzicht. Aan het einde werd het nog ingewikkeld om over het muurtje te lopen dat het irrigatiesysteem vormde maar uiteindelijk kwamen we weer bij de weg aan.

De rest van de dag hebben we lekker bij het zwembad gezeten en ’s avonds gingen we weer op pad om een leuk restaurantje te vinden. De volgende dag om 11 uur kwam de taxi voorrijden om Ilse en Teun naar het vliegveld te brengen. Het was een verdrietig afscheid. Natuurlijk wisten we in maart toen we afscheid van hen namen niet dat we elkaar in Bali nog zouden zien, maar nu voelde het opnieuw als een definitief afscheid. Daarnaast voelde het opnieuw of er een stukje ‘thuis’ werd weggehaald. Zij hadden thuis even heel dichtbij gebracht. Het voelde alsof wij straks ook gewoon weer naar Nederland zouden vliegen en iedereen weer zouden zien. Danny zei zelfs; ‘het voelde alsof we even terug in Nederland zijn geweest.’ We zijn het reizen zeker niet beu, maar op het moment dat Ilse en Teun wegreden besefte ik wel heel goed wat ik had achtergelaten en waar je niet zomaar weer toegang tot hebt.

De rest van de dag hebben Danny en ik bij het zwembad gezeten en films gekeken, we wilde even helemaal relaxen en hadden daarnaast ook niet zo’n zin om nog zelf op pad te gaan. Die avond pakte we onze tassen weer in want de volgende dag stond er een lange reisdag op de planning die ons helemaal naar Gili Gedé zou brengen.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Plaats een reactie