Toen Danny’s laatste dienst bij de Longreach Tavern er op zat, was er geen tijd om te relaxen. Vier dagen later moesten we namelijk in een vliegtuig zitten dat vanuit Darwin naar Bali vertrok. We moesten dus in vier dagen zo’n 2200 kilometer afleggen.
De route die we in drie dagen moesten afleggen
In de afgelopen drie maanden had Harrie niet veel grote stukken gereden, op een enkele trip van Cairns naar Longreach na had hij eigenlijk alleen maar korte ritjes gemaakt. Harrie liet ons duidelijk merken dat hij dat maar niks vond want in die drie maanden vertoonde hij steeds meer gebreken. Op de dag dat we zouden vertrekken vanuit Longreach zat er een nieuwe startmotor, accu, distributieriem en dynamo in Harrie. Toch was ik een beetje zenuwachtig over deze lange trip. Zou hij het overleven? Of zou hij er na 400 kilometer de brui aangeven?
Danny’s laatste dienst was zaterdagmiddag en dus pakte we in de late middag al onze spullen weer in Harrie, zodat hij weer ons fijne huisje werd dat hij ook de eerste drie maanden was. Danny heeft in zijn tijd bij Longreach Harrie helemaal verbouwt zodat het bewonen van Harrie een stuk comfortabeler is. We kunnen bijna stellen dat we met een compleet nieuwe Harrie de weg weer op gingen.
Op zondagochtend stonden we voor ons doen heel vroeg op, namelijk om half 7. We maakte de laatste dingen klaar, gooide Harrie’s tank vol en reden rond 8.00 uur weg uit Longreach. Door mijn werk bij Wendy’s had ik het grootste stuk van de route richting Darwin al een keer gereden. Voor mij dus weinig nieuws onder de horizon. Maar zelfs als je voor het eerst door de Outback rijdt, gaat het je op een gegeven moment vervelen. Kilometers lang zie je niets anders dan dor gras, wat bomen en soms een paar koeien. In de buurt van Longreach zagen we in de verte ook nog vaak bergen, maar hoe dieper we naar het binnenland van Australië reden, hoe vlakker het werd.
Die eerste dag reden we zo’n 750 kilometer. Op een campsite aan de weg midden in de Outback stopte we voor de nacht. We waren de enige op de camping en hoewel er af en toe een auto of roadtrain voorbij kwam, was het de meeste tijd aarde donker en heel stil om ons heen. Omdat we vroeg op waren gestaan en de hele dag in touw waren geweest, waren we ’s avonds bekaf. We probeerde nog een film te kijken maar rond half 10 vielen we beide uitgeput in slaap.
Daardoor werden we de volgende dag al om 7.00 uur weer wakker en we waren nog helemaal uitgerust ook. ‘S ochtend kregen we bij het ontbijt ook bezoek van drie nieuwsgierige emu’s. Hoewel ze eerst op een flinke afstand van ons bleven, kwamen ze op een gegeven moment heel dichtbij. Ik vind het nog altijd magisch om zulke dieren zo in het wild te zien. Na dit leuke bezoek pakte we alles weer in Harrie en reden verder richting Darwin.
Die dag passeerde we de grens van de staat Northern Territory. Met Wendy’s was ik al drie keer over de grens gereden en weer terug, maar nu lieten we Queensland echt achter ons. Het voelde als een afsluiting van een periode en nu breekt er echt weer een nieuwe periode van onze reis aan.
Hoewel Danny tot laat in de middag nog de hoop had dat we helemaal naar Mataranka zouden kunnen rijden (een dorp zo’n vierhonderd km onder Darwin), werd ik na 16.00 uur steeds chagrijniger. Ik had het heet, ik was moe, we zaten al meer dan acht uur in Harrie en ik had er geen zin meer in. Niet veel later gaf ook Danny aan er geen zin meer in te hebben en dus parkeerde we Harrie op een campsite.
De volgende dag reden we in alle vroegte richting Mataranka. Het dorp staat bekend om haar warmwaterbronnen en omdat we nu niet meer elke dag konden douche klonk zo’n waterbron ons als muziek in de oren. In Mataranka heb je twee plekken waar je in zo’n waterbron kan zwemmen, de ene is de thermalpool en de andere is Bitter Springs. Nu had ik van Sean en Anam gehoord dat vooral Bitter Springs heel mooi zou zijn, dus we besloten deze ochtend daarheen te gaan.
Sean en Anam hadden niks teveel gezegd, hoe dichter je bij de bron kwam hoe weelderiger en tropischer de begroeiing werd. Opeens waren er overal palmen en je waande je echt in het regenwoud. Bitter Springs is een klein riviertje met een redelijke stoomversnelling erin. Zodra je dus in het water ligt wordt je meegevoerd door het water. Het was een hele fijne manier van wakker worden. Het water was warm, maar niet te warm: ongeveer rond de dertig graden. Er zaten wel diverse grote spinnen boven het water en langs de kant. Nadat Danny even op me had ingepraat was ik wel zo dapper dat ik daar onderdoor en langs durfde te zwemmen.
Na dit ontspannende begin van de dag waren we alle chagrijn van de dag ervoor vergeten. In zo’n vijf uur reden we naar Darwin. Danny reserveerde in de auto nog een camping vlakbij de stad zodat we niet veertig kilometer terug hoefde te rijden voor een gratis camping. Die avond gingen we gezellig samen uit eten om te vieren dat we het hadden gehaald en dat we weer ‘on the road’ waren. Daarna had Harrie nog een verrassing voor ons door de knalpijp eraf te laten komen. Of ja, het was meer de pijp die ervoor zorgt dat alle uitlaatstoffen achter de auto eruit komen en niet eronder. Die goede oude Harrie was dus niet helemaal zonder kleerscheuren in Darwin aangekomen. Maar goed, dat was voor latere zorg. Nu was het eerst tijd voor een vakantie naar Bali.