Toen Danny en Harrie in een wolk van stof uit Normanton vertrokken begon voor mij mijn eerste evenement bij Wendy’s: the Normanton Rodeo. Het werd een weekend vol cowboys, koeien en paarden.
Voor ik in Normanton was geweest dacht ik dat die echte cowboywereld zoals we die uit boeken en films kennen, een tikje overdreven was en als hij al zo bestond dat ik hem dan in Amerika kon vinden. Maar niets bleek minder waar, want in Normanton liepen echte cowboys rond. Compleet met cowboyhoed, laarzen, sporen aan diezelfde laarzen en mooie riem met een grote gesp. Ze zeiden geen ‘Howdy’ maar dat is misschien echt iets Amerikaans.
Terwijl ik op donderdag het werk bij Wendy’s onder de knie probeerde te krijgen en kennis maakte met mijn nieuwe collega’s, liepen er toen al allemaal cowboys rond. In de dagen erna werden het er alleen maar meer. En niet alleen cowboys waren aanwezig (op vrijdag en zaterdag compleet met paard en al) maar ook heel veel koeien. Er waren dit weekend allerlei races en wedstrijden en je kon (typisch Australisch) op zo’n beetje alles wedden. Overdag waren er vooral wedstrijden met paarden. Cowboys en Cowgirls (want ook die waren er een hoop) moesten bijvoorbeeld met hun paard een jonge koe opjagen en zorgen dat hij een bepaald parcours aflegde of een perfect achtje liep. Mij ontging de hele spanning, logica en regels van die wedstrijden, maar het zag er wel tof uit.

In de avonden was het tijd voor het hoogtepunt van de rodeo namelijk het bullriden. Ik heb een paar wedstrijden gezien en ik moet eerlijk zeggen: ik had er ietsje meer van verwacht. Maar dat komt natuurlijk omdat we dat stierenrijden op televisie zien en daar zie je altijd de grootste stieren ter wereld en de beste bullriders. Hier waren de stieren weliswaar groot, maar de riders bleven er over het algemeen niet langer dan 10 seconden opzitten. Toch was het een hele ervaring om dat zo eens te zien.
In de avonden was het tijd voor een feestje, waarbij de feestgangers het blijkbaar niet erg vonden om drie avonden op rij dezelfde muziek te horen. Het concept van de dj was dat hij een plaat draaide zonder de zang en dat er een zanger was die het publiek opzweepte en meezong. Zo was het toch een beetje live en ik moet zeggen dat het de sfeer er wel goed in bracht. Er werd natuurlijk ook veel country gedraaid en bijna iedereen kon alles mee zingen. Er werd ook gelinedanced en het was verbazingwekkend om te zien hoe goed en vooral snel sommige koppels dat konden. Opeens stelde ik me voor dat het er misschien zo ook wel aan toe gaat op cowboy bruiloften. Dat iedereen dan zo met elkaar danst.
De bar bestond uit een soort kooi waar je alleen blikken drinken kon halen. Iedereen had het in de middag al op een zuipen gezet, wat heel normaal is in Australië en zeker in Queensland. Dus toen wij na het werk (rond 10 uur) ons mengde in het feestgedruis lag eigenlijk iedereen er behoorlijk af. Maar dat maakte het niet minder grappig. Aan veel liedjes bleek een bepaalde beweging te zitten of een bepaalde zin. Bij een liedje lieten veel jongens hun broek zakken tot op de enkels en wiegde ze schaamteloos in hun onderbroek mee op de muziek. Niemand keek er van op dus ik denk dat het vaker gebeurt. Ook schoven er wat cowboys door de modder. We dachten eerst dat, dat ook een soort traditie was maar we zagen al snel dat de jongen gewoon vijftig dollar kreeg omdat hij door de plas was gerold.
Kortom, naast dat ik dat weekend voor het eerst werkte bij Wendy’s leerde ik direct een wereld kennen die ik nog nooit van zo dichtbij had meegemaakt. Na een weekend lang paarden, koeien en country dacht ik zelfs: misschien is een cowboyhoed echt een goede investering (ik noem dit terecht een investering, want je kunt echt geen fatsoenlijke hoed krijgen voor onder de 150 dollar). Vol met nieuwe indrukken ging ik maandag samen met Deni op weg naar Cloncurry voor ons tweede evenement.