Fraser Island

De afgelopen weken hebben we heel wat tijd doorgebracht in Noosa. Vanwege het weer hebben we ook wat dagen in het binnenland doorgebracht. Daarover in een andere blogpost meer. Op 30 april vertrokken we namelijk voor drie dagen met een tour naar Fraser Island. 

Fraser Island is voor backpackers een soort must do. Daarom heb ik getwijfeld om erover te schrijven, want spreek iemand aan die heeft gebackpackt in Australië en ze zijn naar Fraser geweest. Maar toch, het waren drie hele toffe dagen die ik graag wil delen.

Fraser Island is het grootste zandeiland ter wereld. Het ligt op een paar minuten varen vanaf Rainbow Beach. Wij gingen er heen met een tour van Nomads, dat is een hostelketen. Op zondag arriveren we in het hostel waar we de nacht van tevoren slapen. We moeten al om zes uur op, dus het lijkt ons slimmer als we al in het hostel zijn. Zondagavond krijgen we eerst nog een safety briefing en ontmoeten we iedereen van de groep. We proberen niet te laat te gaan slapen, maar omdat er een pubquiz is en we tot twee keer toe een gratis drankvoucher winnen liggen we er toch best wel laat in (zeker als je bedenkt dat we normaal gezien tussen 21.00 uur en 22.00 uur in bed liggen). Het slapen in een hostel daar moeten we ook even aan wennen. Waar we in Harrie gewoon gezellig met zijn tweeën liggen en weinig last hebben van andere, liggen we hier met z’n tienen op een kamer en doet mijn beneden buurman zijn best om in die nacht een heel bos om te zagen. Zo klinkt het althans.

Na een bijzonder kort nachtje staan we nog slaapdronken op om onze spullen te pakken en uit te checken. We moeten eerst met de bus vanuit Noosa naar Rainbow Beach, dat duurt zo’n twee uur. Zo kunnen we nog een beetje bijslapen. Eenmaal in Rainbow Beach wisselen we de bus om voor vier 4w drives. Omdat wij allebei boven de 21 zijn en al twee jaar (ongeveer) ons rijbewijs hebben, mogen we deze dagen rijden in de auto’s. We zitten met acht in de auto, waarvan nog twee meiden mogen rijden. Genoeg keuze in chauffeurs dus.

IMG_6241.jpg

Na een korte uitleg (we gaan op Fraser rijden op het strand en op zand rijden is iets heel anders dan rijden op een gewone weg) kunnen we vertrekken. Danny rijdt het eerste stuk, hierbij moeten we nog over de gewone weg en wij zijn de enige in de auto met ervaring in het rijden in Australië. Aangekomen bij de pont worden we nog getrakteerd op twee dolfijnen die voorbij zwemmen. Na een kort boottochtje zijn we dan eindelijk op Fraser. We rijden eerst naar het resort waar we de komende dagen gaan slapen. We slapen in een tipi die niet dicht kan, maar waar het verrassend warm is binnen. Een deel van de groep slaapt in dorm’s en daar blijkt het ’s nachts erg koud te zijn. Dus we hebben eigenlijk de beste slaapplekken.

Na een snelle lunch gaan we naar Lake McKenzie, een groot meer midden op Fraser. Het is gevuld met regenwater en het water is kristal helder. De rit erheen is wel een opgave, de gids zei niet voor niets ‘it’s gonna be a bumpy ride’. Als een stel geklutste eieren komen we bij het meer aan. Het is bizar blauw water en als je onderwater kijkt kun je alles verrassend goed zien. Het zand schijnt ook heel goed te zijn om je huid mee te scrubben, je sierraden mee schoon te maken en zelfs je tanden mee te poetsen. Hoewel er eerst nogal met argwaan op het verhaal van de gids wordt gereageerd probeert toch bijna iedereen even zijn tanden te poetsen met het zand. En het lijkt wel iets te helpen, al kan het nog steeds vooral vermaak voor de gids zijn.

In de avond is het tijd voor een douche en een simpele maar lekkere maaltijd. Daarna richten we ons tot de bar, waar er bierpong gespeeld wordt (we verliezen ons eerste potje vrij grandioos) en waar we voorzichtige danspassen wagen. Later op de avond verplaatsen we het feest zelfs met een paar mensen naar het strand waar de maan bizar fel schijnt. We hebben zelfs een schaduw van het licht van de maan. Voor ons doen enorm laat (1 uur) gaan we naar bed.

De volgende dag staan we gelukkig fris en fruitig om 7 uur naast ons bed. Nou ja, fris niet en fruitig eigenlijk ook niet. Maar we staan op en dat is al heel wat. Er staat een drukke dag op de planning. In de ochtend gaan we onze slaap afspoelen door een duik te nemen in Eli Creek. Het water is rond de 14 graden en stroomt in een redelijk tempo door de rivier. Als je op je rug gaat drijven kan je lekker met de stroom mee drijven. Daarna rijden we naar de Maheno Shipwreck. Een 83 jaar oud scheepswrak dat op het strand ligt. Onze gids vertelt dat het wrak enorm aan het zakken is het laatste jaar. Ze verwachten zelfs dat het rond kerstmis helemaal onder het zand zal liggen en dat je er dus niks meer van kunt zien.

Na de lunch vertrekken we eerst naar de Champagne Pools. Dat is een rotspartij waar dankzij opspattend zeewater kleine zwempoelen zijn ontstaan. In een zouden zelfs tropische vissen zitten. Helaas kunnen we die niet zien, al voelt Danny er wel een paar als we in het water springen. Na het zwemmen gaan we naar Indian’s Head, een van de weinige echte rotsen op Fraser. Je hebt er een tof uitzicht over de zee en bij goed weer kan je er ook haaien, roggen en zeeschilpadden in de oceaan zien. Helaas kunnen wij dat vandaag niet zien, maar het uitzicht maakt een hoop goed.

De avond is weer gereserveerd voor drinken, een avondlijke zwempartij voor Danny en het zien van dingo’s op het strand. Fraser is een van de weinige plekken waar nog een wilde groep dingo’s voor komt in Australië. De volgende dag is het tijd om al onze spullen in te pakken en in de auto’s te gooien. Voor we vertrekken gaan we nog naar Lake Wobbi, dat te bereiken is na een wandeling van 45 minuten (ik kan je vertellen dat is erg lang als je al een paar dagen maar heel weinig hebt geslapen). Het meer zelf is mooi en als je heel stil in het water zit komen er visjes aan je voeten knabbelen. Ook zitten er een paar meervallen (catfish) in het water.

Na de lunch is het alweer tijd om terug te gaan naar het vaste land. Gelukkig moeten we ook nu weer twee uur in de bus zitten zodat we een beetje kunnen slapen en kunnen genieten van het mooie uitzicht buiten. In de avond sluiten we de dagen nog gezellig met de groep af met backpacker tapas die maar een beetje aangebrand is.

Fraser Island is echt een aanrader, op alle tours doe je denk ik een beetje hetzelfde. Wij hadden echt een leuke groep en dat doet zoveel voor zo’n tour, maar goed daar heb je natuurlijk niet echt invloed op. Na deze tour is het voor ons tijd om te gaan zoeken naar een baantje, we hebben gehoord dat het of heel makkelijk is of heel moeilijk. We gaan het zien.

 

 

 

 

 

 

2 gedachtes over “Fraser Island

Plaats een reactie