Met het verlaten van Byron Bay laten we niet alleen het strand en de zee achter ons, maar ook het stadse gewoel. De week erna dompelen we ons onder in natuurparken, watervallen en wandeltochten.
Na Byron Bay hebben we niet echt een goed idee waar we heen zullen gaan. We moeten/willen in ieder geval voorbij Brisbane rijden want alles tussen Byron en Brisbane hebben we al gezien. Danny stelt voor om in ieder geval nog naar Nimbin te gaan. Dat is een piepklein dorpje zo’n 70 kilomter van Byron Bay af. Het staat bekend als een hippie dorp waar ze het gebruik van wiet erg aanprijzen. In de ochtend rijden we naar Nimbin. Vooral de hoofdstraat van Nimbin is echt een bezienwaardigheid. Met allerlei winkeltjes waar ze vooral dingen verkopen die ‘make peace, not war’, ‘joeppie wiet’ en de rastakleuren bevatten. Het is leuk om een uurtje of twee doorheen te lopen, maar daarna hebben we het wel gezien.
Hoewel we het die dag nog niet weten, ligt Nimbin vlakbij Nightcap, een national park met prachtige watervallen. Als we daar de dag erna achter komen als we op de camping liggen te bedenken wat we nog willen doen, besluiten we weer richting Nimbin te rijden. De eerste waterval die we bezoeken zijn de Protestors Falls. De rit er naartoe is al prachtig en als we aankomen bij het park moeten we eerst een wandeling maken door het regenwoud. Eerst volgen we nog het pad via een houten vlonder, maar al snel moeten we klauteren over stenen en ons door een modderig pad ploeteren. Maar het is het helemaal waard, want het is een prachtige wandeling en een prachtige omgeving. Het is maar een klein stukje vanaf de parkeerplaats naar de waterval, maar toch krijg je binnen twee minuten het idee dat je midden in het regenwoud zit.
Later die dag gaan we ook naar de Minyon Falls. Bij de Protestors Fall zaten we onder de waterval, maar bij de Minyon falls kijken we erop. Het is een enorme waterval vanaf grote hoogte. Eerst bekijken we de waterval keurig vanaf de lookout. Maar als we zien dat diverse mensen zich in de rivier bevinden, besluiten we daar ook een kijkje te nemen. Hoewel ik vanaf de lookout de duizelingwekkende hoogte van de waterval best heb gezien, valt het als je in de rivier staat best mee. Ik probeer zover mogelijk naar de rand te komen. Danny vindt dat een minder leuk idee en roept me iedere keer als ik nog maar een steen hoef terug. De Minyon falls bevinden zich niet bij een regenwoud maar bij een groot uitgestrekt bos. We lopen een klein paadje af en komen zo verder bij de rivier. Er is een grote boom omgevallen over het water en omstebeurt proberen we die over te steken. Dat lukt gelukkig en nu voelen we ons echte avonturiers.
De volgende dag rijden we naar Sunshine Coast, een stad boven Brisbane. Daar liggen we een beetje op het strand, maar doordat het bewolkt is en wat grauw vermaken we ons niet echt. En dus sla ik opnieuw aan het zoeken naar natuurparken. De volgende dag gaan we naar Kondalilla National Park, vlakbij het stadje Montville. Daar loopt een kleine hike van 1,4 kilometer naar de Kondalilla falls. De watervallen zijn mooi, maar wat het plekje echt bijzonder maakt (en daarom op deze zonnige zondag ook erg druk) is de rockpool onder de kleine waterval waar je kunt zwemmen. Het water is bijzonder koud en erg diep (we durfde niet te onderzoeken hoe diep, maar niemand die er op dat moment was kon staan in het water staan dus ik gok zeker dieper dan 2 / 2,5 meter). Als we eenmaal een beetje gewend zijn aan de kou zwemmen we naar de waterval om daar onder te zitten en Danny waagt uiteindelijk zelfs een sprong van de waterval af. De wandeling terug omhoog is een stuk pittiger dan de heenweg omdat we nu de hele tijd de berg op moeten klimmen. Gelukkig zijn we flink afgekoeld door het water en komen we niet helemaal bezweet boven aan. We nemen ook nog een kijkje in het stadje Montville, dat vooral bestaat uit toeristische bezienswaardigheden. Maar er zijn veel schattige huizen en het is leuk om er even doorheen te lopen.
We sluiten de natuurweek op maandag af met een bezoek aan de Glass house Mountains. Op de berg Ngungun maken we een mooie en pittige wandeling. In het begin ligt er nog iets van een pad, maar na een paar honderd meter is het een en al steen waarbij je steeds van de ene naar de andere moet stappen en soms springen. Vooral bij de top is het nog even een pittige klim, maar we worden beloont met een prachtig uitzicht. Vanaf het allerhoogste puntje kunnen we zelfs Brisbane zien! En gelukkig gaat het naar beneden een stuk sneller dan naar boven. Om onze bezwete lichamen te laten afkoelen rijden we weer richting de kust om de rest van de middag lekker te gaan zwemmen.
